Ga naar hoofdinhoud
Versie: 2026-01

Algemeen

Op alle wedstrijden voor para-atleten zijn de regels van World Athletics (WA Wedstrijdregels en WA Technische Regels) onverkort van toepassing, tenzij in deze aanvullende regels anders is bepaald.

Deze aanvullende regels zijn gebaseerd op de regels van World Para Athletics (WPA reguleringen en WPA Wedstrijdregels).

1 Internationale WPA wedstrijden (WPA part B: WPA Recognised Competitions)

WPA erkent de volgende categorieën internationale (WPA) wedstrijden:

1.1

IPC Games (WPA Spelen): hieronder vallen de Paralympic Games en de Parapan American Games.

1.2

IPC wedstrijden: hieronder vallen de WPA wereldkampioenschappen en de WPA regionale kampioenschappen.

1.3

Door WPA goedgekeurde wedstrijden:

  • WPA Grand Prix,
  • WPA World Cups,
  • Andere aangewezen WPA internationale wedstrijden.

1.4

Door WPA toegestane wedstrijden :

  • Internationale wedstrijden voor de sport para atletiek,
  • Nationale wedstrijden voor de sport para atletiek,
  • WA / AU goedgekeurde wedstrijden,
  • Andere door WPA aangewezen wedstrijden voor de sport para-atletiek.

2 Startgerechtigdheid en classificatie

2.1

Voorwaarden voor deelname aan WPA wedstrijden en goedgekeurde wedstrijden (WPA part B: 4: eligibility and classification)

Om aan de voorwaarden voor deelname aan WPA wedstrijden en WPA goedgekeurde wedstrijden te kunnen voldoen moet een atleet:

2.1.1

een geldige WPA atletenlicentie hebben die in overeenstemming is met het WPA atleten registratie- en licentieprogramma;

2.1.2

internationaal geclassificeerd zijn en ingedeeld in een sportklasse, niet zijnde NE (not eligible) volgens de WPA Athletics Classification Rules and Regulations;

2.1.3

ingeschreven zijn door het Nationaal Paralympisch Comité, onder de voorwaarde dat zij volgens het IPC een goede reputatie heeft;

2.1.4

voldoen aan de nationale vereisten van het IPC-nationaliteitsbeleid atleten;

2.1.5

minstens 14 jaar (of ouder) op 31 december van het jaar waarin de WPA competition of de WPA sanctioned competition plaatsvindt;

2.1.6

niet zijn uitgesloten, geschorst of anderszins gestraft.

2.2

Voor gidsen geldt dat zij (met uitzondering van de classificatie-eis) ook aan deze voorwaarden moeten voldoen.

Classificatie

2.3

WPA organiseert erkende wedstrijden waar internationale classificatie wordt aangeboden. Bij deze wedstrijden worden classificatiesessies gehouden in de dag(en) voor aanvang van de wedstrijden. Dit volgens de WPA Classification Rules and Regulations.

2.4

Een atleet die nog niet is geclassificeerd door een WPA classification panel voldoet niet aan de deelnamevoorwaarden voor deelname aan IPC Games, IPC wedstrijden en WPA goedgekeurde wedstrijden.

Sportklassen

2.5

Atletiek voor para atleten die vallen onder WPA omvat de volgende indeling in klassen (WPA Classification Rules and Regulations):

a. Atleten die in een (rol) stoel zitten. Voor deze atleten staan op het programma rolstoelraces en zittende werponderdelen:

Rolstoelraces

Onder de rolstoelatleten die deelnemen aan rolstoelraces vallen atleten die in de klassen 31 tot en met 34 en 51 tot en met 54 ingedeeld zijn.

Zittende werponderdelen

Atleten in de klassen 31 tot en met 34 en 51 tot en met 57 kunnen deelnemen aan werponderdelen die vanuit een stoel worden afgewerkt.

b. Ambulante atleten. De ambulante atleten worden in diverse sportklassen onderverdeeld:

Atleten met een visuele handicap

Deze atleten zijn ingedeeld in de klassen 11 tot en met 13. Voor visueel beperkte atleten staan zowel looponderdelen als technische onderdelen op het programma.

Atleten met een verstandelijke beperking

Deze atleten zijn ingedeeld in klasse 20. Er staan zowel looponderdelen als technische onderdelen voor deze klasse op het programma.

Atleten met een motorische storing

Atleten met motorische storingen die niet in een rolstoel zitten, vallen onder de klassen 35 tot en met 38. Voor hen staan looponderdelen en technische onderdelen op het programma.

Voor atleten met een motorische beperking staan frame running onderdelen op het programma. Atleten die hier aan deelnemen hebben een sport klasse 71 en 72.

NB: Atleten die als gevolg van de motorische storing in een rolstoel zitten, vallen onder de klassen 31 tot en met 34. Zij nemen deel aan het programma voor rolstoelatleten.

Kleine mensen

Voor kleine mensen staan sprintonderdelen tot en met 400m en technische onderdelen (met uitzondering van hoogspringen en hinkstapspringen) op het programma. Zij zijn ingedeeld in de klassen 40 en 41.

Atleten met beperkingen aan de armen

Atleten die beperkingen aan de armen hebben, vallen onder de klassen 45 tot en met 47. Voor hen staan looponderdelen en technische onderdelen op het programma.

Atleten met beperkingen aan benen die zonder protheses deelnemen

De atleten die beperkingen aan de benen hebben, hebben de mogelijkheid deel te nemen met of zonder protheses. Ingeval ze deelnemen zonder protheses, dan worden ze in de klassen 42 tot en met 44 ingedeeld. Voor hen staan looponderdelen en technische onderdelen (met uitzondering van hinkstapspringen) op het programma.

Atleten met beperkingen aan benen die met protheses deelnemen

Ingeval atleten met een beperking aan de benen deelnemen met protheses, dan worden ze ingedeeld in de klassen 61 tot en met 64. Voor hen staan looponderdelen en technische onderdelen (met uitzondering van hoogspringen en hinkstapspringen) op het programma.

3 Medische regels en anti doping

Anti-doping (WPA part B: 5 Anti-doping)

3.1

De IPC anti-doping code (zie: WPA website) is van toepassing op alle IPC Games, IPC wedstrijden en WPA goedgekeurde wedstrijden.

3.2

Door WPA toegestane wedstrijden moeten in overeenstemming met de anti-doping regels van de Anti-dopingautoriteit en de WADC international standards plaatsvinden.

Voor erkenning van Wereldrecords moet er doping controle geregeld zijn vóór de start van de eerste wedstrijddag. Een wereldrecord wordt niet erkend als er geen doping controle is geregeld. Het is niet verplicht dat de atleet die een wereldrecord vestigt, zelf getest wordt.

4 Leeftijdscategorieën (WPA Rule 4)

U17: mannen en vrouwen die op 31 december van het jaar waarin de wedstrijd plaatsvindt, 14, 15 of 16 jaar oud zijn.

5Technologie en Uitrusting (WPA part B: 7)

5.1

Het WPA beleid inzake het gebruik van technologie en uitrusting is van toepassing op alle door WPA erkende wedstrijden.

5.2

Er wordt toezicht gehouden op het gebruik van technologie en de uitrusting door de technisch gedelegeerde. Daarbij worden de volgende fundamentele principes in acht genomen:

5.2.1

Er mag geen sprake zijn van oneigenlijk gebruik van de hoogte waarop bij werponderdelen de afworp plaats heeft;

5.2.2

Er mag geen sprake zijn van oneigenlijke vergroting van de paslengte;

5.2.3

De technologie / uitrusting en orthopedische hulpmiddelen moeten commercieel beschikbaar zijn voor alle atleten, tenzij

  • de atleet kan aantonen dat de technologie / uitrusting in zijn uiteindelijke verschijningsvorm is;
  • de producent de datum waarop de technologie / uitrusting op de markt komt bekend heeft gemaakt, en deze datum ligt binnen 9 maanden na het verzoek van de atleet om de technologie / uitrusting te gebruiken;
  • de producent informatie heeft gepubliceerd over de technologie / uitrusting.

5.2.4 De technologie / uitrusting mag geen onderdelen bevatten waarmee "overall" een voordeel kan worden behaald.

5.3 Verboden technologie:

5.3.1

uitrusting die in strijd is met de fundamentele principes zoals uiteengezet in de "WPA Policy on Sport Equipment";

5.3.2

uitrusting waarbij de prestaties van de atleten bevorderd worden door het gebruik van machines, electronica etc.;

5.3.3

prothesen die geïntegreerd worden met het bot.

6 Kleding, uitrusting, hulpmiddelen (WPA Rule 6)

6.1 Kleding (WPA Rule 6.1.)

6.1.1

Bij zittende werponderdelen moet de kleding sluiten en niet los worden gedragen zodat de het de jurering belemmert. Als een atleet weigert de aanwijzing van de jury op te volgen, dan dient de scheidsrechter te waarschuwen en een gele kaart uit te reiken.

6.2 Schoenen (WPA Rule 6.2 - 6.7)

6.2.1

Schoenen die op de World Athletics lijst van goedgekeurde schoenen zijn opgenomen, mogen op corresponderende onderdelen ook gebruikt worden bij WPA goedgekeurde wedstrijden.

Schoenen die niet op die lijst zijn opgenomen, moeten voldoen aan de eisen opgenomen in Rule 6 van de WPA Rules and Regulations.

6.2.2

Als WPA redenen heeft te veronderstellen dat een schoen niet voldoet aan de eisen, genoemd in Rule 6 van de WPA Rules and Regulations, dan mag die schoen verboden worden totdat nader onderzoek heeft uitgewezen of er sprake is van een conflict met de regels.

6.3 Startnummers (WPA Rule 6.8)

6.3.1

Voor rolstoelatleten is één startnummer, te bevestigen aan de achterkant van de stoel, verplicht. Een tweede startnummer op de helm is optioneel

6.3.2

Voor framerunners is één startnummer, te dragen op de rug, verplicht. Een tweede startnummer op de helm of de zijkant van het frame is optioneel.

6.3.3

Bij het zittend werpen is een tweetal startnummers verplicht: een op de borst en een op de achterzijde van de werpstoel.

6.3.4

Bij ambulante atleten is het gebruik van een tweetal startnummers (met uitzondering van springonderdelen) verplicht. Een startnummer moet op de borst worden gedragen, het andere op de rug.

6.4. Prothesen (WPA Rule 6.12)

6.4.1

Atleten in klasse T/F61 tot en met 64 met beperkingen in de lagere ledematen en beenlengteverschil (mits vallend onder de minimumcriteria zoals bedoeld in de WPA classificatieregels) mogen prothesen dragen om te bereiken dat beide benen in evenwicht zijn en er sprake is van een symmetrische beweging gedurende de wedstrijd. De prothesen mogen geen andere hulp bieden of in strijd zijn met de fundamentele principes.

6.4.2

Bij baan- of wegwedstrijden is voor atleten in klasse T61 tot en met T64 het dragen van prothesen verplicht. Het niet dragen van de prothesen leidt tot diskwalificatie.

6.4.3

Bij de technische onderdelen is het gebruik van prothesen voor atleten in de klasse T/F61 tot en met 64 optioneel. De atleet moet voor de start van zijn onderdeel duidelijk maken of hij met of zonder prothesen deelneemt. Wijkt hij tijdens het onderdeel van zijn oorspronkelijke keuze af, dan wordt / worden de betreffende poging(en) ongeldig verklaard.

6.4.4

Voor atleten in de klasse T/F61 en 62 is de maximale lengte van de atleet, terwijl deze zijn wedstrijd prothesen draagt, vastgelegd. De lengte mag niet langer zijn dan de uitkomst van een formule (MASH; Maximum Allowable Standing Height) die ontleend is aan de WPA Classification Rules and Regulations. De lengte van de atleet met protheses dient in de callroom gemeten te worden door een jurylid callroom. Indien een atleet groter is dan zijn MASH toestaat, dan mag de atleet niet starten. In de uitslagen wordt dan "DNS" opgenomen.

6.4.5

Voor atleten in de klassen T45 tot en met 47, F45 en F46 met beperkte bovenbeenspierkracht (mits voldoend aan de minimumcriteria zoals bedoeld in de WPA Classification Rules and Regulations) is het gebruik van prothesen bij technische onderdelen optioneel. Als er voor aanvang van het onderdeel wordt gekozen de prothesen te gebruiken, dan is het gebruik van deze prothesen verplicht. Bij de technische onderdelen leidt het niet gebruiken van de prothesen in dat geval tot het ongeldig verklaren van de poging(en). Het gebruik van prothesen is bij looponderdelen verplicht.

6.5 Orthopedische hulpmiddelen (WPA Rule 6.13)

6.5.1

Het gebruik van orthopedische hulpmiddelen is voor atleten in de klassen T32-34/F31-34, T/F35-38, T/F42-44, T45-47 en T51-54/F51-57 optioneel.

6.5.2

Het gebruik van ondersteunende hulpmiddelen, anders dan de prothesen en de orthopedische hulpmiddelen zoals hiervoor genoemd, is niet toegestaan.

6.6 Maskers ter bedekking van de ogen (WPA Rule 6.14)

6.6.1

Atleten die uitkomen in de klasse T/F11 moeten hun ogen geheel bedekken met gazen verband of een vergelijkbaar materiaal. Ze moeten ook ondoorzichtige brillen dragen, of eventueel een vergelijkbare vervanger. De brillen moeten de ogen van de atleet geheel bedekken. Ze moeten gecontroleerd worden door de bevoegde official die moet vaststellen dat elke lichtval geblokt moet zijn. Een eventuele hercontrole mag op ieder moment plaatsvinden.

6.6.2

De maskers en brillen zijn verplicht bij alle loop- en technische onderdelen. Bij looponderdelen moeten ze gedragen worden vanaf het moment waarop de atleet de call room verlaat tot het moment waarop de atleet is gefinisht.

Bij technische onderdelen geldt dit tot het moment waarop de atleet zijn laatste poging heeft beëindigd. Bij technische onderdelen is het toegestaan tussen de pogingen de brillen tijdelijk af te doen.

6.7 Koord (WPA Rule 6.15)

6.7.1

Als atleten in de klassen T11 en T12 gebruik maken van een gids, dan dienen ze verbonden te zijn door één koord, tot het moment waarop atleet en gids zijn gefinisht.

6.7.2

Het koord moet van een niet- elastisch materiaal gemaakt te zijn en mag geen energie overdragen waardoor de prestatie van de atleet wordt bevorderd. Het koord moet bestaan uit een tweetal gesloten lussen en een centraal deel met een tweetal ovaalvormige stoppers aan het eind.

6.7.3

Bij baanonderdelen mag de totale lengte van het koord (inclusief de lussen) niet langer dan 30 cm zijn. Bij wegwedstrijden is het maximum 50 cm. De koorden worden in de call room gemeten, in hun volle lengte zonder dat de atleet het koord draagt.

6.7.4

De lussen moeten gesloten zijn en mogen ook geen mogelijkheid bieden om te openen. Er mag wel een slot op zitten, mits dit de lengte niet beïnvloedt. Het centrale deel van het koord moet minimaal 10 cm zijn en moet ook in de call room gemeten worden, in zijn volle lengte zonder dat de atleet het koord draagt. Het centrale deel mag een andere kleur hebben dan de lussen. De (ovale) stoppers mogen een diameter hebben van 1 cm.

6.7.5

Tijdens de wedstrijd mag de lengte van het koord niet veranderen.

6.8 Helmen (WPA Rule 6.17)

6.8.1

In rolstoelraces klassen T31 tot en met 34 en T51 tot en met 54 moeten gedurende alle baan- en wegwedstrijden helmen gedragen worden. De helm dient te bestaan uit een harde, beschermende schil die voldoet aan internationale veiligheidsstandaarden.

6.8.2

Atleten die zonder helm of zonder een helm die aan de eisen voldoet, zich melden in de callroom, worden gewaarschuwd (gele kaart).

6.8.3

De helm moet gedragen worden vanaf het moment dat de atleet de callroom verlaat tot het moment waarop de atleet finisht.

6.9 Verlies urine (WPA Rule 6.18)

6.9.1 Atleten zijn verantwoordelijk voor urineverlies. Ingeval er urine op de baan lekt (vanuit een fles of iet dergelijks) dient diskwalificatie plaats te hebben.

7 Assistentie aan atleten (WPA Rule 7)

7.1 Assistentie aan atleten met een gehoorbeperking

De speciale behoeften van atleten met een gehoorbeperking en de noodzaak hun deelname te faciliteren wordt onderkend. De technisch gedelegeerde heeft de bevoegdheid aanpassingen in de regels toe te passen bij blinden die ook doof zijn. Daarbij is de regel dat er geen aanpassingen worden goedgekeurd die andere atleten benadelen.

7.2

Assistentie aan blinde en slechtziende atleten op de baan en op de weg (WPA Rule 7.6 - 7.13)

7.2.1

Atleten worden verondersteld zelf hun gidsen mee te nemen.

7.2.2

Gidsen in de klassen T11 en T12 zijn toegestaan en worden daarom niet beschouwd als ongeoorloofde assistentie. Atleten die in de klasse T11 uitkomen moeten gebruik maken van een gids. Klasse T12 atleten hebben de keuze een gids te gebruiken of alleen deel te nemen. De organisator zorgt voor gekleurde vesten om de gidsen herkenbaar te laten zijn.

7.2.3

Als klasse T11 en T12 atleten met een gids deelnemen, moet beiden finishen en worden ze geacht met een serieuze inspanning m.b.t deze regel deel te nemen.

7.2.4

De wijze van gidsen tussen atleet en gids bij klasse T11 en T12 gaat via een koord. Verbale instructie is toegestaan, mechanische ondersteuning of het effectief verkorten of overbodig maken van het koord, niet.

7.2.5

De gids mag niet duwen, trekken of de atleet anderszins voortbewegen op een wijze waardoor de atleet er tijdens de race voordeel van heeft. Hieronder valt de techniek waarbij de gids zijn arm naar voren stuwt, waardoor de atleet als door een katapult naar voren wordt gestuwd.

7.2.6

Een gids mag een atleet die gevallen is helpen opstaan en heroriënteren mits deze hulp niet tot enig voordeel in de looprichting verschaft.

7.2.7

Ingeval van overtredingen van de bepalingen onder 7.2.2. tot en met 7.2.6. hiervoor volgt diskwalificatie voor de atleet.

7.2.8

Bij looponderdelen van 5 000 m en verder mag een atleet gebruik maken van twee gidsen. Er is slechts een wissel toegestaan per atleet. De wissel dient plaats te hebben aan de overzijde van de baan. Het voornemen om te wisselen dient vooraf aan de scheidsrechter en de technisch gedelegeerde te worden doorgegeven. De dienstdoende officials moeten de voorwaarden waaronder gewisseld kan worden communiceren. Ingeval er ondanks het aankondigen van een wissel niet wordt gewisseld, dan moet de betreffende atleet gediskwalificeerd worden.

7.2.9

Atleten in de klassen T12, T20, T71-72 (frame running), T35 tot en met T38, T42 tot en met T47 en T61 tot en met T64 mogen verzoeken hun startblokken gereed te laten maken door de startcommissaris. De technisch gedelegeerde zorgt voor de documenten waarop de gegevens van het in te stellen startblok staan.

7.3

Assistentie aan atleten technische onderdelen (WPA Rule 7.14 tot 7.23)

7.3.1

Atleten in de klassen F31 tot en met F33 en F51 tot en met F54 mogen gebruik maken van een assistent. Deze assistent kan ondersteunen bij de veilige overdracht van de atleet naar de werpstoel en het vastzetten van de atleet met riemen. De riemen mogen niet elastisch zijn.

7.3.2

De assistent moet zich terugtrekken van het wedstrijdterrein zodra hij klaar is met zijn taak. Hij moeten de aanwijzingen van de dienstdoende officials opvolgen.

7.3.3

Atleten in de klassen F11 en F12 mogen door een assistent begeleid worden naar de werpring of de speerwerpaanloop. De assistent mag de atleet helpen bij de oriëntatie. De assistent moet de werpring of speerwerpaanloop verlaten zodra de atleet met zijn poging begint. De assistent mag ook akoestisch ondersteunen voor, tijdens en na de poging. De assistent mag de atleet terugbrengen van de werpplaats. Dit mag pas nadat de officials de poging hebben beoordeeld.

7.3.4

Atleten in de klassen F11 en F12 mogen akoestische begeleiding ontvangen van een assistent bij het verspringen, hinkstapspringen en hoogspringen. Visuele aanpassingen zijn niet toegestaan. Van de toeschouwers wordt volledige stilte gevraagd bij akoestische ondersteuning door een assistent.

7.3.5

Atleten in de klasse F11 mogen bij springonderdelen gebruik maken van twee assistenten. De ene is belast met de akoestische ondersteuning (roeper) bij de aanloop voor het verspringen, hinkstapspringen en hoogspringen. De andere is als escort belast met het positioneren en oriënteren van de atleet vóór iedere poging.

7.3.6

Voor atleten in de klasse T/F12 is visuele aanpassing (zoals verf, kalk, poeder, pylonen, vlaggen) van de accommodatie met toestemming van de technisch gedelegeerde toegestaan.

7.3.7

Atleten in de klasse F12 mogen bij springonderdelen slechts gebruik maken van één assistent. Die kan óf als roeper óf als escort bij de springonderdelen ondersteuning bieden.

7.3.8

Als een assistent zich naar de mening van de officials niet aan de regels houdt (en zich bijvoorbeeld op het wedstrijdterrein met coaching bezighoudt), dan moet de scheidsrechter hem waarschuwen. Bij een volgende herhaling moet de atleet worden gediskwalificeerd.

7.3.9

Atleten in de klassen T20, T35 tot en met T38, T42 tot en met T47 mogen verzoeken hun aanloopmarkeringen gereed te laten maken met de hulp van een jurylid. Dit geldt niet alleen voor de springonderdelen maar ook voor het speerwerpen. De technisch gedelegeerde zorgt voor de documenten waarop de gegevens staan.

7.3.10

Dieren als assistent zijn op het wedstrijdterrein niet toegestaan.

8 Protesten en beroep (WPA Rule 50)

Protestprocedures in door WPA erkende wedstrijden: deze sluiten aan op de uitwerking van regel 8 World Athletics.

Als onderdeel van het goedkeuringsproces zal de organisatie in overleg met de door WPA benoemde vertegenwoordiger eventueel specifieke afspraken maken over het oplossen van disputen die buiten de protest- en beroepsprocedures van de door WPA erkende wedstrijden vallen.

9 Deelname in andere klassen (WPA Rule 9)

In overeenstemming met de WPA "Classification Code" en de algemene principes van classificatie zullen atleten over het algemeen uitkomen tegen atleten in dezelfde sportklasse .

Het wedstrijdprogramma, de kwalificatie en startgerechtigdheidsdocumentatie van een erkende wedstrijd mag onderdelen bevatten waar meerdere sportklassen startgerechtigd voor zijn. Als onderdelen openstaan voor meerdere sportklassen, dan moeten deze sportklassen aan tenminste twee van de onderstaande drie karakteristieken voldoen:

  • de beperkingen die de atleten hebben moeten grotendeels hetzelfde zijn (bijvoorbeeld spierkracht, spasme);
  • de beperkingen moeten zich voordoen in vergelijkbare delen van het lichaam;
  • er moet sprake zijn van een vergelijkbaar niveau van sportprestaties.

Bij IPC Games en IPC wedstrijden moet de combinatie van klassen gebaseerd zijn op een voor dit doel ontwikkelde tabel ("hierarchy table").

Bij technische onderdelen kan voor de uitslagbepaling bij onderdelen waaraan atleten uit meerdere klassen deelnemen, gebruik worden gemaakt van een puntentabel, bekend als de "Raza Point Score Table". Als de Raza Table gebruikt wordt, dan dienen de berekende punten naar beneden afgerond (afgekapt) te worden. Slechts ingeval prestaties dezelfde punten opleveren, wordt gekeken naar de niet-afgeronde getallen.

In uitzonderingsgevallen staat WPA toe dat er andere klassen dan die in de hierarchy table opgenomen zijn, worden gecombineerd.