Ga naar hoofdinhoud
Versie: 2026

Bijzondere bepalingen Mastercompetitie

60. Programma en aantal deelnemers

VrouwenVrouwenMannenMannen
Onderdeel1e wedstrijd2e wedstrijd1e wedstrijd2e wedstrijd
100 m2222
200 m2222
400 m2-2-
800 m-2-2
1 500 m2-2-
3 000 m-2--
5 000 m---2
4 × 100 m estafette1-1-
Zweedse estafette-1-1
Hoogspringen2222
Verspringen2222
Kogelstoten2222
Discuswerpen2-2-
Speerwerpen-22-
Kogelslingeren-2-2
  • Volgens bepaling 18.3 telt slechts de beste atleet per team voor de puntentelling.

61. Indeling

61.1

Er is slechts één divisie. Het aantal deelnemende teams is in de voorronde variabel en in de finale 12, zowel bij de vrouwen als bij de mannen.

61.2

De twee wedstrijden van de voorronde zijn in april/mei en in juni.

62. Finaleregeling

62.1

De finalewedstrijd wordt in september gehouden.

62.2

Naar de finale gaan de twaalf vrouwen- en de twaalf mannenteams die in de voorronde het hoogste aantal punten hebben behaald.

62.3

Per vereniging kan maar één mannen en één vrouwen ploeg zich plaatsen voor de finale

62.4

Programma finalewedstrijd

OnderdeelVrouwen Finale 1Mannen Finale 1
100 m22
400 m22
1 500 m22
3 000 m2-
5 000 m-2
4 × 200 m estafette11
Hoogspringen22
Verspringen22
Kogelstoten22
Discuswerpen11
Speerwerpen11
Kogelslingeren11

62.5

De finalisten strijden om het verenigingskampioenschap bij de Masters.

62.6

Bij afmelding van een van de geplaatste teams uit de master finale mag de competitieleider een lager geplaatste team vragen deel te nemen aan deze finale. Deze teams worden benaderd op volgorde van de ranglijst die volgt uit de voorronde. Dus eerst nummer 13, dan 14 etc.

63. Volgorde looponderdelen

Bij het opstellen en verwerken van het tijdschema mag niet worden afgeweken van de hierna vermelde volgorde van de looponderdelen (voor zover deze op het programma staan):

  • Vrouwen: 3 000 m, 100 m, 400 m, 800 m, 1 500 m, 200 m, estafette.
  • Mannen: 5 000 m, 100 m, 400 m, 800 m, 1 500 m, 200 m, estafette.

64. Aanvangs- en vervolghoogten

CategorieAanvangs- en vervolghoogten
Vrouwen1,10 - 1,15 - 1,20 - verder met 0,05 m
Mannen1,20 - 1,25 - 1,30 - verder met 0,05 m

65. Overige bepalingen

65.1

Bij alle wedstrijden van de Mastercompetitie is elke atleet gerechtigd het bij zijn leeftijdscategorie behorende werpmateriaal te gebruiken (zie Wedstrijdreglement).

65.2

Bij de bepaling van de punten voor een onderdeel wordt gebruik gemaakt van “age-grading”-tabellen. Deze worden gepubliceerd op de website van de Atletiekunie.