Ga naar hoofdinhoud
Versie: 2024

Algemene bepalingen

1. Algemeen

1.1

Aan de competities zijn de verenigingskampioenschappen van de Atletiekunie verbonden.

1.2

Voor de coördinatie van de competities benoemt de Algemeen Directeur Atletiekunie van de Atletiekunie een competitieleider en zo nodig een of meer competitiecoördinatoren. Hun taken en bevoegdheden worden door de Algemeen Directeur Atletiekunie van de Atletiekunie vastgesteld.

1.3

De competitieleider is verantwoordelijk voor een goed verloop van de competitie.

1.4

De competitieleider is bevoegd om bij uitzonderlijke gevallen afwijkingen op de wedstrijdbepalingen toe te staan.

1.5

De competitieleider kan niet beslissen over zaken, die in het Wedstrijdreglement aan de wedstrijdleider of scheidsrechter zijn toegewezen (zie Wedstrijdreglement regel WA TR 8).

1.6

Waar in deze bepalingen gesproken wordt van “competitieleider”, kan dat in de praktische uitwerking zowel de competitieleider als de competitiecoördinator zijn, afhankelijk van de vastgestelde onderlinge taken en bevoegdheden.

2. Toepassing

Deze wedstrijdbepalingen zijn van toepassing op het NK Teams en de competities voor senioren, de gecombineerde competitie voor U18 plus U20 mannen en vrouwen, Masters, U14 plus U16 jongens en meisjes en U12 en jongere atleten, verder te noemen respectievelijk Seniorencompetitie, U18/U20competitie, Mastercompetitie, U14/U16-competitie en Athletics Champs. Deze wedstrijdbepalingen zijn vastgesteld door de Algemeen Directeur Atletiekunie in december 2021.

Onder 'combiteam' wordt in deze bepalingen verstaan een team bestaande uit leden van verschillende verenigingen.

Tenzij anders vermeld, wordt met “competitiewedstrijd” bedoeld elke wedstrijd die in het kader van de competitie wordt gehouden.

3. Wedstrijdreglement

Bij de competitiewedstrijden zijn alle bepalingen van het Wedstrijdreglement onverkort van toepassing, tenzij daarvan in deze bepalingen wordt afgeweken. Voor Athletics Champs kunnen specifieke regels van toepassing zijn die afwijken van overige competities (zie bepaling 80 e.v. van dit document).

NK Teams en NK Teams U18/U20 valt onder het competitieregelement, niet onder NK wedstrijdbepalingen.

4. Afwijkende wedstrijdregels

4.1

Een atleet mag aan drie programmaonderdelen meedoen, inclusief de eventuele estafettes.

Opmerking

deelname aan twee estafettes is dus toegestaan.

4.2

Als een atleet, op de wedstrijddag vóór de aanvang van zijn programmaonderdeel, wegens persoonlijke omstandigheden niet deelnemen kan, waardoor verdere deelname is uitgesloten (dit ter beoordeling door de wedstrijdleider), wordt voor dat betreffende programmaonderdeel en voor de andere programmaonderdelen waarvoor de atleet is ingeschreven een vervanger toegestaan. Deze vervanger moet reeds ingeschreven zijn voor de wedstrijd, eventueel als reserve voor dit of een ander team (van dezelfde vereniging). Indien een atleet wordt gekozen uit een ander team (van dezelfde vereniging), moet deze wijziging doorgevoerd worden voor aanvang van het eerste onderdeel van de wedstrijddag.

Valt een atleet uit tijdens de verwerking van zijn programmaonderdeel - in casu na de aanvang van zijn programmaonderdeel - dan mag hij op dit programmaonderdeel niet vervangen worden, maar uitsluitend op de overige programmaonderdelen waarvoor hij is ingeschreven. Op de vervanger is onverminderd bepaling 4.1 van toepassing.

Opmerking: Onder aanvang van het programmaonderdeel wordt verstaan, de voor het betreffende programmaonderdeel geplande aanvangstijd volgens het tijdschema.

De vervanger neemt de plaats in van de uitgevallen atleet in volgorde, serie-indeling, baanindeling, groep e.d.

Als een atleet uitvalt, maar op meerdere onderdelen staat ingeschreven, kan voor elk onderdeel een aparte vervanger ingezet worden. Op de vervanger(s) is onverminderd bepaling 4.1 van toepassing.

Een vervanger mag niet een atleet vervangen bij een onderdeel waar de desbetrefende atleet doorgeschoven is naar een ander onderdeel om een gebleseerde of zieke atleet te vervangen.

4.3

Bij de looponderdelen, inclusief de hordeonderdelen en de estafettes, worden geen finales verwerkt, maar worden series op tijd gelopen. De series worden op sterkte ingedeeld, waarbij de snelste atleten in de laatste serie komen.

Opmerking (i)

Het in dit lid gestelde kan betekenen dat er twee atleten van dezelfde vereniging in één serie worden ingedeeld.

Opmerking (ii)

Bij competitiewedstrijden van de Atletiekunie hoeft de volgorde van het estafetteteam, zoals beschreven in het Wedstrijdreglement regel WA TR 24.11, niet van tevoren te worden ingediend.

4.4

Als er op een accommodatie geen specifieke startlijnen voor de Zweedse estafette zijn aangebracht, dan dient dat onderdeel als volgt te worden verwerkt:

  • start op de 800 meter startlijn (start in banen);
  • de eerste bocht wordt in banen gelopen;
  • na de bocht, bij de overgangslijn 800 m, mogen de atleten naar de binnenbaan;
  • eerste wissel in wisselzone van 30 m;
  • tweede wissel in wisselzone van 30 m;
  • derde wissel in wisselzone van 30 m;
  • finish op (het verlengde van) de startlijn van de 200 meter in de binnenbaan;
  • handtijden zijn toegestaan.
  • wachtende atleten mogen zich vrij in de binnenbaan opstellen bij de wisselpunten, onder de voorwaarde dat zij niet duwen, dringen of andere atleten de doorgang belemmeren.

4.5

Bij verspringen, hink-stap-springen en alle werponderdelen wordt de atleten vier pogingen toegestaan.

4.6

Voor het hoog- en polsstokhoogspringen gelden nog de volgende bepalingen:

a. Beginnen op een lagere aanvangshoogte dan vermeld in de Bijzondere bepalingen is toegestaan, mits dit vóór de wedstrijd bij de wedstrijdleider wordt aangevraagd. Het interval tot aan de vastgestelde aanvangshoogte moet bij hoogspringen voor senioren en U18/U20 atleten steeds minstens 0,10 m bedragen en voor Masters en U14/U16 atleten 0,05 m. Bij het polsstokhoogspringen moet het interval tot aan de vastgestelde aanvangshoogte minstens 0,20 m zijn voor de Senioren en de U18/U20 mannen en 0,10 m voor de Senioren en de U18/U20 vrouwen.

Opmerking: Als de wedstrijdleider een lagere aanvangshoogte heeft toegestaan, dan hebben alle deelnemende atleten in de desbetreffende categorie het recht om op die lagere aanvangshoogte te beginnen.

b. Als vóór de aanvang van de wedstrijd door een of meerdere atleten/coaches wordt verzocht het polsstokhoogspringen te onderbreken, bepaalt de wedstrijdleider - na overleg met de atleten/coaches - op welke hoogte deze onderbreking zal plaatsvinden. Er mag slechts éénmaal worden onderbroken.

c. De scheidsrechter kan, uitsluitend bij pogingen tot evenaring of verbetering van een record (Nederlands, Europees, Wereld, ook voor Masters), of bij limietpogingen (WK, EK, EYOF, enz.) bij hoog- en polsstokhoogspringen een afwijkende hoogte toestaan. Voor de puntentelling telt dan de dichtstbijzijnde lagere vooraf vastgestelde hoogte. Dit geldt zowel voor puntentelling naar plaats als voor puntentelling op basis van prestatie.

Toelichting:

AtleetVastgestelde hoogte in m
1,751,801,851,901,952,002,05
AOXOOXO-
B-XO-XXO-
C-OXOXXX
D-XOXOO

Wil atleet D nu verder springen op 1,98 vanwege een record of limietpoging dan worden, bij een geslaagde poging, de punten van 1,95 toegekend.

Opmerking

In dit geval hoeft de atleet die een recordpoging c.q. limietpoging wil doen niet per sé de laatst overgebleven atleet te zijn.

d. Het bepaalde in Wedstrijdreglement regel WA TR 26.8.4 (barrage springen) is niet van toepassing op competitiewedstrijden van de Atletiekunie.

In afwijking van het Wedstrijdreglement mogen U16 atleten niet deelnemen aan de wedstrijden van het NK Teams en de Seniorencompetitie. U16 atleten mogen wel deelnemen aan de U18/U20-competitie als U18 man of U18 vrouw.

5. Poule-indeling

Het NK Teams evenals de wedstrijden van de Seniorencompetitie 1e divisie worden in één poule verwerkt. De deelnemende teams in de

Seniorencompetitie 2e divisie worden landelijk in 3 poules ingedeeld. De deelnemende teams in de 3e divisie, de Mastercompetitie, de U18/U20competitie, de U14/U16-competitie en Athletics Champs worden per gebied in poules ingedeeld.

Bij alle divisies is het mogelijk dat teams uit dezelfde regio in verschillende poules worden ingedeeld.

Opmerking

Met gebied wordt hier bedoeld een groep van bij elkaar gelegen regio’s.

6. Aantal wedstrijden en klassering

6.1

Het NK Teams voor senioren wordt in één wedstrijd verwerkt. De Seniorencompetitie 1e, 2e en 3e divisie bestaat uit een voorronde van drie wedstrijden, gevolgd door een promotie-/degradatiewedstrijd. De U18/U20-competitie bestaat uit een voorronde van drie wedstrijden, gevolgd door een finalewedstrijd.

De Mastercompetitie bestaat uit een voorronde van twee wedstrijden, gevolgd door een finalewedstrijd.

De U14/U16-competitie bestaat uit een voorronde van drie wedstrijden, gevolgd door een landelijke finalewedstrijd (A-finale) voor de beste 12 teams en een B, C en D-finale voor de teams die landelijk geëindigd zijn op respectievelijk plaatsen 13 t/m 48 na de voorronde. Athletics Champs bestaat uit vier wedstrijden.

6.2

De eindstanden van de voorronden van de competitie worden bepaald door de som van de punten van de drie, resp. twee wedstrijden.

6.3

Als twee of meer teams in een voorronde van de competitie met een gelijk puntentotaal eindigen, wordt het team dat bij één van de wedstrijden het hoogste aantal punten heeft behaald het hoogst geplaatst. Als dit geen beslissing oplevert, wordt het team dat de meeste individuele overwinningen in alle wedstrijden heeft behaald het hoogst geklasseerd

(zo nodig tellen de 2e plaatsen, etc.).

6.4

Vanuit de voorronden worden geen punten meegenomen naar de finales of promotie-/degradatiewedstrijden.

6.5

De eindstand van de finale- of promotie-/degradatiewedstrijd wordt bepaald door het in die wedstrijd behaalde aantal punten. Als twee of meer teams in de finale of promotie-/degradatiewedstrijd met een gelijk puntentotaal eindigen, wordt het team dat de meeste individuele overwinningen in die wedstrijd heeft behaald het hoogst geklasseerd (zo nodig tellen de 2e plaatsen, etc.).

7. Aanmelden/afmelden

7.1

De teams die gerechtigd zijn deel te nemen aan het NK Teams of aan de wedstrijden van de Seniorencompetitie 1e en 2e divisie, hoeven zich niet aan te melden.

Verenigingen die willen deelnemen aan enige andere competitie, moeten hun teams (ook combiteams) vóór 1 januari van het betreffende wedstrijdjaar aanmelden bij de competitieleider, door middel van het aanmeldingsformulier op de verenigingspagina van de website van de Atletiekunie.

Bij de aanmelding dienen ook de gegevens van een contactpersoon (naam, adres, woonplaats, telefoonnummer, E-mailadres) opgegeven te worden.

7.2

Een aanmelding kan uitsluitend online (of na 1 maart per E-mail) ongedaan worden gemaakt of gewijzigd bij de competitieleider. Voor teams die na 1 maart worden afgemeld blijft inschrijfgeld verschuldigd. Aan verenigingen die hun team niet hebben afgemeld en waarvan desondanks het team niet aan de competitie deelneemt, kan een boete worden opgelegd.

7.3

Als één of meerdere teams vrijwillig willen degraderen dan worden de opengevallen plaatsen ingenomen door de daaropvolgende teams uit de desbetreffende promotie-/degradatiewedstrijd.

7.4

Eenzelfde regeling als beschreven in bepaling 7.3 is ook van toepassing als een team niet wil of niet kan promoveren.

7.5

Verenigingen die een plaats in een finale- of promotiewedstrijd hebben bereikt maar verhinderd zijn aan deze finale- of promotiewedstrijd deel te nemen, moeten dit uiterlijk vier weken vóór de wedstrijd melden aan de competitieleider. De eerstvolgende team(s) in de rangschikking worden

dan door de competitieleider uitgenodigd aan de finale- of promotiewedstrijd deel te nemen. Aan verenigingen die hun team niet tijdig hebben afgemeld kan een boete worden opgelegd.

8. Inschrijfgeld

8.1

De hoogte van het inschrijfgeld voor de competitie wordt jaarlijks vastgesteld door de competitieleider.

8.2

Ter voldoening van het verschuldigde inschrijfgeld voor de competitiewedstrijden ontvangen de verenigingen in de loop van het seizoen een gespecificeerde nota. Dit geldt ook voor de team(s) die mogen deelnemen aan een finale- of promotie-/degradatiewedstrijd.

9. Teamopstelling

9.1

De verenigingen moeten voor elk deelnemend team op een daarvoor bestemd formulier of via een digitale online inschrijving de teamopstelling opgeven. Hiervoor gelden de volgende inschrijftermijnen:

  • Uiterlijk op woensdag 23:59 uur bij wedstrijden die op zaterdag plaatsvinden;
  • Uiterlijk donderdag 23:59 uur bij wedstrijden die op zondag plaatsvinden.

Voor het aangeven van de teamopstelling mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van het formulier dat voor dit doel op de website van de Atletiekunie is gepubliceerd of van het aangeboden digitale formulier in de goedgekeurde wedstrijdadministratie software. Het niet tijdig opgeven van de teamopstelling kan uitsluiting van deelname tot gevolg hebben, dit ter beoordeling door de competitieleider.

Als technische onderdelen in groepen worden verwerkt, moet op het hierboven vermelde formulier voor de desbetreffende atleten worden aangegeven in welke groep zij zullen deelnemen. Per groep mag per team slechts één atleet worden opgegeven.

9.2

De deelnemende verenigingen moeten bij hun inschrijving een contactpersoon - met vermelding van telefoonnummer en e-mailadres – opgeven, aan wie het eventueel niet doorgaan van de wedstrijd op de wedstrijddag zelf kan worden doorgegeven.

9.3

Ieder team kan maximaal 4 reserveatleten inschrijven. Reserveatleten zijn atleten die op het inschrijfformulier staan maar niet voor een bepaald onderdeel zijn ingeschreven.

9.4

Op de competitiedag zelf mogen geen wijzigingen meer worden doorgegeven, tenzij goedgekeurd door de wedstrijdleider.(zie bepaling 4.2).

10. (Niet) deelnemen

10.1

Een team dat in zijn geheel niet deelneemt aan een competitiewedstrijd krijgt voor die wedstrijd 0 (nul) punten. In elk geval moet een team dat niet kan/wil deelnemen aan een competitiewedstrijd zich uiterlijk op de in bepaling 9.1 genoemde termijn afmelden bij de betreffende organisator. Het niet tijdig afmelden kan oplegging van een boete en/of uitsluiting van verdere deelname tot gevolg hebben, dit ter beoordeling door de competitieleider.

Teams die in het geheel niet deelnemen aan de competitie, maar wel zijn geplaatst of aangemeld, degraderen, indien van toepassing, automatisch.

10.2

Zowel aan de wedstrijden van het NK Teams als aan de wedstrijden van de Seniorencompetitie 1e en 2e divisie mag een vereniging met slechts één team deelnemen. Een vereniging mag met meerdere teams deelnemen in de overige competities, inclusief de finales.

10.3

Aan de Seniorencompetitie 3e divisie, aan de U18/U20-competitie, aan de Mastercompetitie, aan de U14/U16-competitie en aan de Athletics Champs kan met combiteams worden deelgenomen.

10.4

Een combiteam mag niet deelnemen aan een finale- of promotiewedstrijd, kan geen kampioen worden en kan niet promoveren.

10.5

Atleten die voor een vereniging één of meerdere keren zijn uitgekomen voor een team in een hogere divisie, mogen in het desbetreffende kalenderjaar niet uitkomen voor een team van diezelfde vereniging in een lagere divisie.

10.6

Uitzonderingen op bepaling 10.5: Als een atleet in de NK Teams of de Seniorencompetitie alleen deelneemt aan één van de estafettes, mag de atleet ook nog volledig deelnemen in een team van dezelfde vereniging dat ingedeeld is in een lagere divisie van de Seniorencompetitie.

10.7

Deelnemen buiten mededinging is niet toegestaan.

10.8

Deelnemen van een atleet, die daartoe op grond van het algemeen- en/of wedstrijdreglement niet gerechtigd is, heeft tot gevolg dat het betreffende team de behaalde punten in de betreffende wedstrijd verliest. Voorts wordt dat team van deelname aan de nog volgende competitiewedstrijden in het betreffende wedstrijdjaar uitgesloten, behalve als de betrokken vereniging aantoont dat het niet gerechtigd zijn de atleet en de vereniging niet te verwijten valt.

10.9

Een atleet, die in een jaar voor een vereniging in een competitiewedstrijd is uitgekomen, kan in datzelfde jaar niet voor een andere vereniging in de competitie uitkomen, ongeacht een eventueel goedgekeurde overschrijving naar een andere vereniging.

10.10

Een atleet mag op dezelfde wedstrijddag niet in twee verschillende teams worden opgesteld.

Opmerking

Een U14 atleet mag op dezelfde dag niet tegelijk in het U14team en in het U16-team uitkomen.

Opmerking

Wanneer een atleet opgesteld is als reserve voor een team mag deze, voor aanvang van het eerste onderdeel, nog ingezet worden als vervanger van een ander team van dezelfde vereniging conform artikel 4.2. Deze atleet mag voor het vervolg van de wedstrijddag enkel in actie komen voor het team waar deze als vervanger is ingezet.

10.11

Alle atleten, ongeacht de nationaliteit, kunnen deelnemen aan de competitie en dienen op het moment van de inschrijving te beschikken over een wedstrijdlicentie bij de betreffende vereniging.

11. Deelname van gehandicapte atleten

11.1

Voor gehandicapte atleten dient het wedstrijdreglement naar de geest van het reglement te worden gehanteerd.

Opmerking

Opmerking: Dit betekent bijvoorbeeld dat een atleet met een onderarmamputatie kan deelnemen ondanks het feit dat beide handen bij de start van een sprintonderdeel niet de grond raken. Naar de geest betekent niet dat het wedstrijdreglement uitzonderingen kent voor bijvoorbeeld atleten met een verstandelijke handicap.

Atleten met beperkingen in de lagere ledematen en/of beenlengteverschil die gebruik maken van prothesen, zogenaamde ‘running blades’, kunnen deelnemen aan competitiewedstrijden.

Uitzondering

veiligheid staat voorop, daarom mag een para atleet met running blade(s) niet deelnemen bij een onderdeel die niet in banen wordt gelopen.

11.2

Rolstoelatleten worden uitgesloten van deelname.

Opmerking

Deelname van rolstoelatleten tussen valide atleten kan tot gevaarlijke situaties leiden. Bovendien zijn rolstoelatleten op de lange afstanden in het voordeel. Bij technische onderdelen kan het opbouwen en afbreken van voorzieningen voor de rolstoelatleet tot verstoring van de wedstrijd leiden.

11.3

Atleten moeten zelfstandig kunnen deelnemen. Hulp is niet toegestaan.

Opmerking

Voor visueel- en auditief gehandicapte atleten is geen assistentie of begeleiding toegestaan.

12. Aanvragen en toewijzen organisatie

12.1

Iedere vereniging die deelneemt aan de competitie, stelt zich voor minimaal 1 wedstrijd als organisator beschikbaar. Indien de eigen accommodatie niet toereikend is, kan worden uitgeweken naar een andere accommodatie.

12.2

Aanvragen voor de organisatie van een competitiewedstrijd moeten vóór 1 januari van het betreffende wedstrijdjaar worden gestuurd naar de competitieleider. De competitieleider wijst uit de aanvragen de organisatoren van de competitiewedstrijden aan.

12.3

Als er niet voldoende aanvragen zijn, is de competitieleider bevoegd één van de deelnemende verenigingen als organisator aan te wijzen.

13. Afgelasting

13.1

Als een competitiewedstrijd door weers- en/of terreinomstandigheden moet worden afgelast, moet de organisator zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de wedstrijdmorgen tussen 8.00 uur en 8.30 uur daarvan telefonisch melding doen aan de competitieleider, via telefoonnummer +31 (0) 26 4834835, en aan de (contactpersoon van de) deelnemende verenigingen.

Opmerking

Als een wedstrijd wordt afgelast beslist de competitieleider of (en wanneer) er een vervangende wedstrijd wordt ingelast.

13.2

Als de veiligheid van de deelnemende teams dit vereist, is de wedstrijdleider bevoegd, de teamleiders van de deelnemende teams gehoord hebbende, één of meer programmaonderdelen van het programma te schrappen. Deze beslissing moet direct worden doorgegeven aan de competitieleider, vanwege de impact op andere locaties. In dit geval vervalt de puntentoekenning op hetzelfde programmaonderdeel voor de teams die deelnemen in de andere poulewedstrijden van dezelfde divisie/categorie. Dit geldt niet voor Athletics Champs.

13.3

Als een onderdeel tijdens een competitiewedstrijd om welke reden dan ook niet plaats kan vinden, vroegtijdig wordt gestaakt of geen geldige uitslag heeft, vervallen de punten voor dit onderdeel in alle poules van dezelfde divisie/categorie. De punten vervallen ook als een onderdeel niet in zijn geheel heeft plaats kunnen vinden.

Opmerking: Als voorbeeld: Verspringen groep 1 is afgerond, verspringen groep 2 wordt afgelast dan vervallen alle punten voor het verspringen, dus ook voor groep 1.

13.4

Indien bij een voorrondewedstrijd meer dan de helft van de onderdelen niet heeft kunnen plaatsvinden, vervallen de punten voor de gehele wedstrijd in alle poules van die categorie.

Uitzondering: Indien het de NK Teams, een promotie/degradatie wedstrijd van de Seniorencompetitie, NK Teams U18/U20, finale bij de Mastercompetitie of een ABCD finale bij de U14/U16 competitie betreft, dan vervallen de punten niet en is er aan het eind van de wedstrijd een uitslag van de onderdelen die wel plaats hebben kunnen vinden.

14. Accommodatie en terreininrichting

14.1

De wedstrijden moeten worden verwerkt op een door de Atletiekunie goedgekeurde accommodatie.

14.2

Het is niet toegestaan bij sprint- en hordeonderdelen af te wijken van de normale terreininrichting. Dit houdt o.a. in dat voor de looponderdelen met één finish gewerkt moet worden, behalve als de accommodatie dat niet toelaat (Zweedse estafette).

15. Jury

15.1

De organisator van een competitiewedstrijd moet zorgen voor de volledige bezetting van het jurycorps, eventueel in overleg met de desbetreffende taakcoördinator jurybeheer.

15.2

Alle deelnemende verenigingen moeten volgens onderstaand overzicht juryleden beschikbaar stellen per wedstrijd(locatie):

  • 1 team per vereniging: 1 jurylid
  • 2 t/m 4 teams per vereniging 1 jurylid en 1 vrijwilliger
  • 5 t/m 8 teams per vereniging: 2 juryleden en 1 vrijwilliger
  • 9 t/m 12 teams per vereniging: 2 juryleden en 2 vrijwilligers
  • 13 en meer teams per vereniging: 3 juryleden en 2 vrijwilligers

Deze juryleden en vrijwilligers worden geacht gedurende de hele wedstrijd beschikbaar te zijn. De naam (namen) en juryfunctie(s) (indien van toepassing) van dit (deze) jurylid (juryleden) of vrijwilligers moeten op het voor de inschrijving van de teams bestemde formulier worden opgegeven. Hiermee wordt niet bedoeld de voorkeur van het beschikbaar gestelde jurylid. Indien in deze situatie een vereniging niet de vereiste juryleden of vrijwilligers levert, kan de desbetreffende vereniging van deelname aan die wedstrijd worden uitgesloten. Dit ter beoordeling door de wedstrijdleider.

Opmerking (i)

Bovenstaande verplichting geldt niet indien de organiserende vereniging in de uitnodiging voor de wedstrijd nadrukkelijk aangeeft dat geen juryleden opgegeven hoeven te worden.

Opmerking (ii)

Verenigingen die een competitiewedstrijd organiseren, hebben dispensatie voor het beschikbaar stellen van juryleden bij andere competitiewedstrijden op dezelfde dag.

16. Tijdwaarneming en windmeting

16.1

Het gebruik van volautomatische elektronische tijdwaarneming en windmeting (zowel bij de desbetreffende looponderdelen als bij ver- en hink-stap-springen) is verplicht bij alle competitiewedstrijden, behalve voor de wedstrijden van Athletics Champs.

16.2

In geval de volautomatische elektronische tijdswaarneming uitvalt dan

  • moet bij looponderdelen tot en met de 400 meter, in overleg met de wedstrijdleider, de serie worden overgelopen;
  • moeten er bij looponderdelen langer dan 400 meter handtijden beschikbaar zijn.
Opmerking (i)

De handtijden worden dan, in het laatste geval, gebruikt voor de puntentelling (voor alle series van dat onderdeel).

Opmerking (ii)

Als bijvoorbeeld de uitval plaatsvindt tijdens een programmaonderdeel voor de vrouwen/meisjes is gebruik van de handtijden uiteraard alleen nodig voor dat programmaonderdeel voor de vrouwen/meisjes en niet voor hetzelfde programmaonderdeel voor de mannen/jongens die eveneens aan die wedstrijd deelnemen.

17. Tijdschema

17.1

Voor wedstrijden van het NK Teams, de Seniorencompetitie 1e en 2e divisie en voor alle finale- en promotie-/degradatiewedstrijden geldt een door de competitieleider van tevoren vastgesteld tijdschema (Dit geldt ook voor Athletics Champs).

17.2

Het tijdschema van alle competitiewedstrijden, met uitzondering van de in bepaling 17.1 genoemde wedstrijden, moet uiterlijk vijf weken vóór de wedstrijddatum door de organisator van een competitiewedstrijd ter goedkeuring worden opgestuurd naar de competitieleider.

17.3

De competitieleider keurt het tijdschema slechts goed als het voldoet aan de in de wedstrijdbepalingen gestelde voorwaarden. Uiterlijk tien dagen na ontvangst wordt het tijdschema, al of niet voorzien van commentaar, teruggezonden naar de organisator.

17.4

De organisator van een competitiewedstrijd moet uiterlijk drie weken vóór de wedstrijddatum het goedgekeurde tijdschema, vergezeld van relevante gegevens sturen naar de deelnemende verenigingen en de wedstrijdofficials.

18. Puntentelling

18.1

Voor het NK Teams en de wedstrijden van de Seniorencompetitie 1e divisie (inclusief de promotie-/degradatiewedstrijden) wordt een puntentoekenning naar plaats toegepast. Voor alle andere competitiewedstrijden vindt een puntentelling naar prestatie plaats.

18.2

Puntentoekenning moet bij alle competitiewedstrijden waar een puntentelling naar prestatie plaatsvindt, geschieden op basis van elektronische tijden.

Uitsluitend op atletiekbanen waar nog geen startlijnen voor de Zweedse estafette zijn aangebracht moet, in afwijking van het bovenstaande, de puntentoekenning voor de Zweedse estafette plaatsvinden op basis van handtijden (zie voor de definitie van handtijden Wedstrijdreglement regel WA TR 19.4 e.v.).

18.3

Als aan een programmaonderdeel meer dan één atleet per team deelneemt (uitgezonderd de estafettes), telt van elk team slechts de atleet met de beste prestatie voor de puntentelling. In dat geval wordt na afloop van dat programmaonderdeel een reeks samengesteld met daarin van elk team de atleet met de beste prestatie; de puntentoekenning in deze reeks vindt dan plaats zoals onder bepalingen 18.4 en 18.5 wordt aangegeven. Het bepaalde in dit lid, geldt niet voor de U14/U16-competitie en voor Athletics Champs: de regelingen hiervoor staan in de bijzondere bepalingen van de U14/U16-competitie en Athletics Champs (resp. bepalingen 70 en 80 e.v.).

18.4

Bij competitiewedstrijden waar een puntentelling naar prestatie plaatsvindt, moet steeds gebruik gemaakt worden van de formules om de punten te berekenen zoals beschreven in het document “Formules en constanten”. Dit document is via de Atletiekunie website te downloaden. In dit document staan de verschillende formules weergegeven voor de “puntentellingen voor senioren, U18, U20 en Masters” respectievelijk de “puntentelling voor U14/U16”.

18.5

Bij wedstrijden van de NK Teams en van de Seniorencompetitie 1e divisie (inclusief de promotie-/degradatiewedstrijden) vindt de puntentoekenning als volgt plaats:

(a) De winnaar van een programmaonderdeel krijgt zoveel punten als het aantal ingeschreven teams zoals genoemd in bepaling 31.1 en bepaling 41.1; de nummer twee krijgt 1 punt minder dan de nummer een; enz. met dien verstande dat slechts punten worden toegekend als een prestatie geleverd wordt.

Opmerking

Als bij een programmaonderdeel door een atleet geen geldige prestatie wordt behaald, dan krijgt het team van die atleet voor dat onderdeel 0 (nul) punten.

Het voorgaande geldt:

  • ongeacht het werkelijke aantal deelnemende teams;
  • ook als tijdens een programmaonderdeel, van een of meer teams geen enkele atleet - om welke reden dan ook - deelneemt, start of finisht.

(b) Indien na toepassing van Wedstrijdreglement regel WA TR 21 (check 1/1000), regel WA TR 25.22 (check één na beste prestatie etc.) en regels WA TR 26.8.2 en WA TR 26.8.3 twee of meer atleten gelijk eindigen krijgen zij allen hetzelfde aantal punten en krijgt de daarna geklasseerde atleet twee of meer punten minder.

19. Formulieren/uitslagen/tussenstanden

19.1

De organisator van een competitiewedstrijd ontvangt zo spoedig mogelijk na toewijzing van de organisatie alle benodigde informatie van de competitieleider.

19.2

De organisator van een competitiewedstrijd moet op de wedstrijddag de uitslagen en standen online zetten op de door de Atletiekunie daarvoor bepaalde plaats.

20. Controle uitslagen

20.1

De organisator van een competitiewedstrijd is verplicht de puntentelling te controleren. Eventuele wijzigingen moeten binnen acht dagen na de wedstrijd kenbaar worden gemaakt aan de competitieleider en de deelnemende verenigingen.

20.2

Na publicatie van de uitslagen op de website van de Atletiekunie zijn de deelnemende verenigingen verplicht de puntentelling te controleren.

20.3

De verenigingen hebben tot veertien dagen na de wedstrijddatum het recht te protesteren tegen een foutieve puntentelling. Een dergelijk protest moet schriftelijk worden ingediend bij de organisator, met een afschrift aan de competitieleider.

20.4

De organisator van een competitiewedstrijd bewaart alle jurylijsten en overige notities van prestaties en puntenwaardering tot tenminste een maand na de desbetreffende wedstrijd en eventueel langer als een protest loopt en nog niet is afgehandeld.