Ga naar hoofdinhoud
Versie: 2025-04

Deel IV - Meerkampen

39 Meerkampen

U18 mannen, U20 mannen en mannen (vijfkamp en tienkamp)

39.1

De vijfkamp bestaat uit vijf onderdelen die allemaal op één dag moeten worden verwerkt in de volgorde:
verspringen, speerwerpen, 200 m, discuswerpen en 1 500 m.

39.2

De tienkamp voor mannen bestaat uit tien onderdelen die in twee opeenvolgende perioden van 24 uur moeten worden verwerkt in de volgorde:
Eerste dag: 100 m, verspringen, kogelstoten, hoogspringen en 400 m.
Tweede dag: 110 m horden, discuswerpen, polsstokhoogspringen, speerwerpen en 1 500 m.

U20 vrouwen en vrouwen (zevenkamp en tienkamp)

39.3

De zevenkamp bestaat uit zeven onderdelen die in twee opeenvolgende perioden van 24 uur moeten worden verwerkt in de volgorde:
Eerste dag: 100 m horden, hoogspringen, kogelstoten en 200 m.
Tweede dag: verspringen, speerwerpen en 800 m.

39.4

De tienkamp vrouwen bestaat uit tien onderdelen die in twee opeenvolgende perioden van 24 uur moeten worden verwerkt in de volgorde zoals omschreven in regel 39.2, of in de volgende volgorde:
Eerste dag: 100 m, discuswerpen, polsstokhoogspringen, speerwerpen en 400 m.
Tweede dag: 100 m horden, verspringen, kogelstoten, hoogspringen en 1 500 m.

U18 vrouwen (alleen zevenkamp)

39.5

De zevenkamp voor U18 vrouwen bestaat uit zeven onderdelen die in twee opeenvolgende perioden van 24 uur moeten worden verwerkt in de volgorde: Eerste dag: 100 m horden, hoogspringen, kogelstoten en 200 m.
Tweede dag: verspringen, speerwerpen en 800 m.

Algemeen

39.6

Naar goeddunken van de scheidsrechter voor de meerkamp en waar mogelijk, moet er voor elke atleet een pauze zijn van minstens 30 minuten tussen het einde van het ene onderdeel en het begin van het volgende onderdeel. Zo mogelijk moet de tijd tussen het einde van het laatste onderdeel op de eerste dag en het begin van het eerste onderdeel op de tweede dag tenminste 10 uur bedragen.

Groene tekst

De minimale tussentijd van 30 minuten moet worden berekend als het verschil tussen het werkelijke tijdstip van het beëindigen van de laatste serie of de laatste poging van enige atleet in het voorgaande onderdeel en de start van de eerste serie of poging in het volgende onderdeel. Het is daarom mogelijk en normaal dat atleten direct na de beëindiging van een onderdeel naar de warming up van het volgende onderdeel moeten gaan, zodat de 30 minuten worden benut voor de verplaatsing naar de volgende verwerkingsplaats en de warming up. Veranderingen in het aantal dagen waarop een meerkamp wordt gehouden zijn niet toegestaan, behalve in speciale gevallen (bijvoorbeeld uitzonderlijke weersomstandigheden). Dergelijke beslissingen zijn de verantwoordelijkheid van de Technisch Gedelegeerden en / of de scheidsrechters in de specifieke omstandigheden van ieder geval. Indien echter, ongeacht de reden, de meerkamp wordt gehouden over een langere periode dan beschreven in de regels TR39 of TR53 dan kan een record voor een meerkamp (puntentotaal) niet worden goedgekeurd.

39.7

In elk afzonderlijk onderdeel van de meerkamp, met uitzondering van het laatste onderdeel, moeten de series en groepen zodanig door de Technisch Gedelegeerde (of als er geen Technisch Gedelegeerde is benoemd, door de scheidsrechter meerkamp) worden ingedeeld, dat atleten die op dat onderdeel gedurende een vooraf vastgestelde periode min of meer dezelfde prestaties hebben behaald, in dezelfde serie of groep worden geplaatst. In iedere groep moeten bij voorkeur vijf of meer atleten, maar nooit minder dan drie, worden geplaatst. Wanneer dit niet kan worden gerealiseerd in verband met het tijdschema dan zouden de series of groepen van een volgend onderdeel moeten worden samengesteld uit de atleten die uit het voorgaande onderdeel beschikbaar komen.

Bij een meerkamp moeten de series voor het laatste onderdeel zodanig worden samengesteld, dat de laatste serie de leidende atleten na het voorlaatste onderdeel bevat.

De Technisch Gedelegeerde of de scheidsrechter voor de meerkamp heeft de bevoegdheid de indeling te wijzigen in de gevallen waarin hij dit wenselijk acht.

39.8

Voor alle onderdelen gelden de desbetreffende reglementaire bepalingen, met de volgende uitzonderingen:

39.8.1

Bij het verspringen en alle werponderdelen mag iedere atleet slechts drie pogingen doen.

39.8.2

In het geval dat er geen volautomatische elektronische tijdmeetapparatuur en fotofinishapparatuur beschikbaar is, moet de tijd van elke atleet opgenomen worden door drie onafhankelijke tijdwaarnemers.

39.8.3

Op alle looponderdelen is slechts één valse start per serie toegestaan zonder dat de atle(e)t(en) die de valse start veroorzaakte(n), wordt (worden) gediskwalificeerd. Elke atleet die vervolgens in die serie een valse start veroorzaakt, moet door de starter worden gediskwalificeerd voor dat onderdeel (zie ook regel TR16.9).

39.8.4

Bij de verticale sprongen moet gedurende de gehele wedstrijd de verhoging van de lat steeds gelijk zijn: 0,03 m bij het hoogspringen en 0,10 m bij het polsstokhoogspringen.

39.8.5

De startposities / banen voor het laatste onderdeel van de meerkamp kunnen worden ingedeeld door de Technisch Gedelegeerde of door de scheidsrechter meerkamp, zoals naar hun oordeel wenselijk is. Nadat de rangorde van de atleten is vastgesteld volgens TR20.3.1, worden bij de 200 m en 400 m de banen ingedeeld volgens de procedure van respectievelijk TR20.4.4 en TR20.4.5. Bij alle andere onderdelen worden de banen en de plaats op jurylijst door loting bepaald.

► NED

39.8.6

Het beginnen op een lagere aanvangshoogte bij het hoogspringen en het polsstokhoogspringen dan door de wedstrijdorganisatie c.q. de Technisch Gedelegeerde is vastgesteld, is toegestaan, mits dit vóór de wedstrijd bij de wedstrijdleider wordt aangevraagd.

39.9

Er mag voor elk onderdeel slechts één systeem van tijdmeting worden gebruikt. Voor records moeten echter volautomatische elektronische tijden en fotofinishsystemen worden gebruikt, ongeacht of die tijden op dat onderdeel ook voor de andere atleten beschikbaar zijn.

Groene tekst

Voor dit doel worden twee manieren van tijdwaarneming erkend: de manieren zoals beschreven in de regels TR19.1.1 en TR19.1.2.

Indien bijvoorbeeld de volautomatische tijdwaarneming door een fotofinishsysteem een storing geeft voor enkele maar niet voor alle series van een onderdeel, dan is het niet mogelijk de puntentelling in de twee systemen voor hetzelfde onderdeel direct te vergelijken (de ene serie volautomatisch en de andere op basis van handtijdwaarneming).

Aangezien volgens regel TR39.9 slechts één manier van tijdwaarneming mag worden gebruikt gedurende de gehele verwerking van een onderdeel van de meerkamp, moeten in een dergelijke situatie voor alle atleten de punten voor dat onderdeel worden bepaald op basis van hun handtijden en de daarvoor geldende puntentabel.

Voor de duidelijkheid: de tijden van de volautomatische tijdwaarneming kunnen wel worden gebruikt voor die onderdelen waar wel voor alle atleten de volautomatische tijden beschikbaar zijn.

39.10

Het is een atleet, die op een van de looponderdelen niet poogt te starten of geen poging doet op een van de technische onderdelen, niet toegestaan op de volgende onderdelen uit te komen. Hij wordt geacht de wedstrijd te hebben verlaten. In de eindklassering zal zijn naam derhalve niet voorkomen.

Een atleet die niet aan de volgende onderdelen van de meerkamp wil deelnemen, moet dit direct aan de scheidsrechter voor de meerkamp melden.

39.11

De behaalde punten volgens de laatstverschenen "Combined Events Scoring Tables" van elk afzonderlijk onderdeel en het bereikte puntentotaal na dat onderdeel moeten direct na afloop van dat onderdeel worden bekendgemaakt.

De atleten worden in de volgorde geplaatst van het totaal aantal punten dat is behaald.

Groene tekst

Voornoemde "Combined Events Scoring Tables" worden voor elk onderdeel gebruikt, ook als voor een jongere leeftijdsgroep de specificaties voor de hordenhoogten of de werpgewichten afwijken van die welke in wedstrijden voor senioren worden gebruikt.

De puntenscore voor elke prestatie behaald in een looponderdeel of in een technisch onderdeel kan worden gevonden in de betreffende puntentabel. Bij veel onderdelen zijn niet alle mogelijke tijden of afstanden in de tabel opgenomen. In dergelijke gevallen moet de score van de dichtstbijzijnde mindere prestatie in de tabel worden genomen.

Voorbeeld: Voor het speerwerpen voor vrouwen zijn er geen punten opgenomen voor een afstand van 45,82 m. De dichtstbijzijnde mindere afstand in de tabel is 45,78 m en daarvoor is een puntentotaal van 779 opgenomen.

39.12

Als voor de start van het laatste onderdeel van de meerkamp wordt gekozen voor de Gunderson (of een soortgelijke) methode, dan moet in de wedstrijdbepalingen zijn vastgelegd welke specifieke regels moeten worden toegepast en volgens welke methode de races moeten worden gestart en gelopen.

39.13

Wanneer twee of meer atleten een gelijk aantal punten hebben behaald voor welke plaats in de uitslag dan ook, dan eindigen zij gelijk.