Deel I - Algemeen
1 Algemeen
World Rankings Competitions moeten worden georganiseerd conform de Wedstrijdregels en de Technische Regels en alle van toepassing zijnde Reglementen. Deze wedstrijden zullen worden opgenomen in de World Athletics Global Calender.
Bij alle wedstrijden mogen onderdelen in een andere vorm worden uitgevoerd, dan in de Technische Regels is vastgelegd. Echter, regels waarmee de atleten meer rechten krijgen dan bij toepassing van de geldende regels mogen niet worden toegepast. De vorm waarin de onderdelen worden verwerkt moet worden vastgesteld of goedgekeurd door de bevoegde instantie die de controle heeft over die wedstrijd.
Bij atletiekevenementen met grote aantallen deelnemers die buiten het stadion worden gehouden, zouden de bepalingen van dit reglement normaal gesproken alleen maar volledig toegepast moeten worden voor die atleten die aangewezen zijn om deel te nemen aan de eliteonderdelen of aan andere vastgestelde onderdelen, zoals bijv. leeftijdscategorieën waarvoor beloningen of prijzen voor de best geplaatsten beschikbaar zijn. Organisatoren van deze evenementen zouden de overige atleten moeten informeren welke andere regels bij hun deelname van toepassing zullen zijn, met name de regels die te maken hebben met hun veiligheid.
De nationale atletiekfederaties wordt aanbevolen om deze reglementen over te nemen bij de opzet van atletiekwedstrijden die niet behoren tot de World Rankings Competitions.
Hoewel deze bepalingen al de mogelijkheid geven om een variatie op de meest strikte toepassing van de Wedstrijdregels te bedenken, is het belangrijk om nogmaals te benadrukken dat wedstrijdorganisatoren een stap verder mogen gaan in het in een andere vorm uitvoeren van wedstrijdonderdelen. De enige beperking is dat atleten in zulke omstandigheden niet méér "rechten" mogen verkrijgen. Het is bijvoorbeeld acceptabel om het aantal pogingen bij de technische onderdelen of om de tijd welke een atleet heeft om een poging te doen te verminderen. Maar het is niet toegestaan in beide voorbeelden om het aantal pogingen of de toegestane tijd uit te breiden.
Tijdens loop- en snelwandel-evenementen met grote aantallen deelnemers wordt organisatoren van loopevenementen geadviseerd om in de informatie die wordt gegeven aan alle deelnemers, duidelijk aan te geven welke regels en procedures van toepassing zijn op de verschillende categorieën deelnemers. Speciale aandacht moet er zijn voor de veiligheidsmaatregelen, vooral wanneer het parcours niet of maar gedeeltelijk is afgesloten voor het verkeer. Daarbij kan bijvoorbeeld worden toegestaan dat atleten (anders dan diegenen die meedoen in een elite- of andere categorie waarvoor regel TR6.3 van toepassing zou zijn) kop- of oortelefoons mogen gebruiken als zij op een gesloten circuit lopen, maar het gebruik ervan voor de langzamere lopers verbieden (of tenminste aanbevelen ze niet te gebruiken) als het parcours open is voor verkeer.
2 De atletiekaccommodaties
Ieder vast, gelijkmatig oppervlak dat voldoet aan de specificaties van de WA "Track and Field Facilities Manual" kan voor atletiek worden gebruikt.
Wedstrijden in een stadion op een standaard 400 m rondbaan volgens paragraaf 1. (a) en (b) van de definitie van World Rankings Competition mogen uitsluitend worden gehouden op accommodaties waarvoor een geldig World Athletics klasse 1 goedkeuringscertificaat is verstrekt. Als zulke atletiekvoorzieningen beschikbaar zijn wordt aanbevolen om ook de wedstrijden in een stadion met een standaard 400 m rondbaan die vallen onder paragrafen 1. (c), (d) en (e) en 2. van de definitie van World Rankings Competition op deze voorzieningen te houden.
In ieder geval is een geldig World Athletics klasse 2 certificaat verplicht voor alle accommodaties die bestemd zijn voor wedstrijden in een stadion met een standaard 400 m rondbaan volgens de paragrafen 1. (c) en 2. (a), (b) en (c) van de definitie van World Rankings Competition. Het wordt aanbevolen om ook de wedstrijden die vallen onder paragrafen 1. (d), (e), 2. (d), (e) en 3. van de definitie van World Rankings Competition op gecertificeerde accommodaties te houden of tenminste op een accommodatie die aan de regels en reglementen, die van tijd tot tijd aangepast kunnen worden, voldoen. De accommodatie moet zijn gecertificeerd als de toegepaste reglementen of de World Rankings categorie dit vereisen.
De WA "Track and Field Facilities Manual" die verkrijgbaar is bij het bureau van WA of van de website gedownload kan worden, bevat meer gedetailleerde en precieze specificaties voor het ontwerp en de aanleg van atletiekvoorzieningen samen met tekeningen voor de meting van de rondbaan en van de baanmarkeringen.
Zowel de huidige standaardformulieren die gebruikt kunnen worden voor de aanvraag van de certificering en voor de meetrapporten en ook de Certification System Procedures zijn verkrijgbaar bij het bureau van WA of kunnen van de WA-website gedownload worden.
Voor accommodaties met de 200 m standaard rondbaan (korte baan) zie regel TR41.
► NED
Direct na oplevering van een nieuwe of gerenoveerde accommodatie of atletiekvoorziening en vervolgens tenminste een maal in de drie jaar moeten de accommodatie en de atletiekvoorzieningen op die accommodatie worden geïnspecteerd op wedstrijdgeschiktheid en veiligheid. Onder "atletiekvoorziening" wordt verstaan dat deel van de accommodatie dat voor het uitvoeren van een atletiekonderdeel nodig is.
Naast de hierboven genoemde documenten, gebruikt de Atletiekunie voor de Nederlandse atletiekvoorzieningen bovendien de documenten "Atletiekunie belijningsplan" en het "Supplement op de WA Track and Field Facilities Manual". Beide documenten zijn te downloaden van de website van de Atletiekunie.
3 Leeftijds- en geslachtscategorieën
Leeftijdscategorieën
3.1
Wedstrijden kunnen volgens dit reglement, of zoals aanvullend voorgeschreven in de desbetreffende wedstrijdbepalingen, of door de bevoegde instantie, als volgt worden ingedeeld in de volgende leeftijdsklassen:
Under 18 (U18) mannen en vrouwen: iedere atleet die op 31 december van het jaar waarin de wedstrijd plaatsvindt 16 of 17 jaar is.
Under 20 (U20) mannen en vrouwen: iedere atleet die op 31 december van het jaar waarin de wedstrijd plaatsvindt 18 of 19 jaar is.
Master mannen en vrouwen: iedere atleet die 35 jaar is geworden.
Voor alle andere zaken met betrekking tot wedstrijden voor masters wordt verwezen naar het World Athletics / WMA Handbook dat door World Athletics en WMA is goedgekeurd.
Het recht van deelname, inclusief de minimumleeftijden voor deelname aan World Athletics-wedstrijden, is vastgelegd in de van toepassing zijnde wedstrijdbepalingen.
► NED
U23 (neosenioren)
Tot de klasse U23 behoren alle atleten van 20 jaar tot en met 22 jaar. U23 atleten zijn voor de bepalingen van dit reglement senioren.
3.2
Een atleet komt volgens deze regels in aanmerking om deel te nemen aan een wedstrijd voor een bepaalde leeftijdsklasse als hij een leeftijd heeft die in de betreffende leeftijdsklasse valt. Een atleet moet zijn leeftijd kunnen aantonen door het overleggen van een geldig paspoort of een ander bewijsmiddel als dat is toegestaan door de van toepassing zijnde reglementen voor die wedstrijd. Een atleet die niet in staat is of weigert om een dergelijk bewijs te overleggen, mag niet aan die wedstrijd deelnemen.
Zie de Eligibility Rules (website WA) voor mogelijke sancties als niet aan de voorwaarden van deze regel 3 wordt voldaan.
► NED
Uitkomen in andere leeftijdscategorieën
U20 en U18 Mannen en vrouwen mogen in iedere hogere leeftijdscategorie (tot en met senioren) uitkomen.
Bij deelname in een hogere leeftijdscategorie moet worden gelopen over horden en moet worden geworpen met materiaal dat voor die hogere leeftijdscategorie geldt.
U20 mannen en vrouwen en U18 mannen en vrouwen mogen tijdens één wedstrijd niet in twee leeftijdsklassen op hetzelfde wedstrijdonderdeel uitkomen. Wedstrijden die zich uitstrekken over meerdere dagen worden in dit opzicht als één wedstrijd beschouwd.
Wedstrijden kunnen worden georganiseerd voor een bepaalde leeftijdscategorie, waarbij een andere leeftijdscategorie wordt uitgesloten. Dit moet dan wel nadrukkelijk in de wedstrijdaankondiging worden vermeld.
Terwijl regel TR3.1 de leeftijdsgroepen specifiek definieert, wordt in de wedstrijdbepalingen van iedere wedstrijd vastgesteld voor welke leeftijdscategorie de wedstrijd is en, zoals gesteld in opmerking (ii), of jongere atleten deel kunnen nemen.
Geslachtscategorieën
3.3
Wedstrijden volgens deze regels zijn onderverdeeld in mannen-, vrouwen- en universele classificaties. Wanneer een gemengde wedstrijd wordt gehouden buiten het stadion of in een van de weinige gevallen zoals omschreven in regel TR9, moet er nog steeds een afzonderlijke uitslag voor mannen en vrouwen worden opgemaakt of op een andere manier worden aangegeven. Als er een universeel onderdeel of universele wedstrijd wordt gehouden, moet daarvan één enkele uitslag worden opgemaakt.
3.4
Een atleet mag deelnemen aan een wedstrijd voor mannen (of aan een universele wedstrijd) als hij ofwel is geboren als man en gedurende zijn leven altijd is erkend als man, of voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen gepubliceerd in overeenstemming met regel TR3.6.1, en volgens de regels en reglementen startgerechtigd is.
3.5
Een atleet mag deelnemen aan een wedstrijd voor vrouwen (of aan een universele wedstrijd) als zij, of is geboren als vrouw en gedurende haar leven altijd is erkend als vrouw ofwel voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen gepubliceerd in overeenstemming met regel TR3.6.2, en volgens de regels en reglementen startgerechtigd is.
3.6
De Council moet bepalingen goedkeuren waarin het recht is vastgelegd om aan wedstrijden deel te nemen voor:
3.6.1
mannenwedstrijden: van vrouw naar man transgenders; en
3.6.2
vrouwenwedstrijden: van man naar vrouw transgenders;
3.6.3
classificatie als vrouw (voor atleten met een afwijkende geslachtsontwikkeling).
Een atleet die niet in staat is of weigert te voldoen aan de van toepassing zijnde bepalingen is niet startgerechtigd.
Zie, voor zover van toepassing, de "Eligibility Rules Regulations for Trangender Athletes or Eligibility Regulations for the Female Classification" (website WA) voor mogelijke sancties als niet aan de voorwaarden van deze regel 3.6 wordt voldaan.
Onderdelen waarin mannen en vrouwen gelijktijdig deelnemen en waarbij geen aparte uitslag wordt opgemaakt en team- of estafettewedstrijden waar mannen en vrouwen in hetzelfde team deelnemen worden universele wedstrijden genoemd.
4 Inschrijvingen
4.1
Wedstrijden die volgens deze regels worden gehouden, staan slechts open voor atleten die startgerechtigd zijn.
► NED
Inschrijven voor deelname aan wedstrijden in Nederland
4.1.1
Voor atletiekevenementen met voorinschrijving moet de inschrijving geschieden op een door de organisator aangegeven wijze.
De inschrijving moet in elk geval bevatten:
- de naam en volledige eerste voornaam van de deelnemer;
- het geboortejaar van de deelnemer (voor masters de geboortedatum);
- voor leden van de Atletiekunie de naam van de vereniging van de deelnemer;
- voor leden van de Atletiekunie het licentienummer van de deelnemer.
En ook de door de organisator gevraagde gegevens die voor de betreffende wedstrijd van belang zijn.
De organisatoren zijn, rekening houdend met de wensen van de verenigingen, vrij in de keuze van het communicatiemiddel voor de inschrijving: formulier, fax, E-mail, etc. Eis is dat de inschrijving de reglementair vereiste gegevens bevat.
4.1.2
Voor atletiekevenementen die openstaan voor leden en niet-leden van de Atletiekunie is het verplicht de leden de mogelijkheid van voorinschrijving te geven (zie hierna bij inschrijfgeld).
4.1.3
Na-inschrijving voor wedstrijden is slechts toegestaan met toestemming van de wedstrijdleider en op vertoon van de geldige wedstrijdlicentie; bij Nederlandse kampioenschappen is na-inschrijving nooit toegestaan.
4.1.4
Voor een instuifwedstrijd is het mogelijk om op de wedstrijddag in te schrijven, waarbij het tonen van een geldige wedstrijdlicentie verplicht is.
4.2
Het recht van een atleet om te starten in buitenlandse wedstrijden zoals is vastgelegd in regel 5 van de Eligibility Rules ("Requirements to Compete in International Competitions"). Aangenomen moet worden dat de atleet startgerechtigd is, tenzij hiertegen bij de Technisch Gedelegeerde(n) bezwaar is gemaakt (zie ook regel TR8.1).
► NED
Leden van de Atletiekunie mogen deelnemen aan wedstrijden in het buitenland. Rechtstreekse inschrijving bij de organisatiecommissie in het buitenland is toegestaan. Als een organisatiecommissie in het buitenland eist dat de inschrijving via het bondsbureau plaatsvindt, moet de aanmelding voor de wedstrijd in het buitenland naar het bondsbureau worden gestuurd. Het bondsbureau draagt dan zorg voor doorzending naar de organisatiecommissie.
Het uniebestuur kan, indien zij meent dat het belang van de Atletiekunie daarmee is gediend, besluiten om de desbetreffende atle(e)t(en) geen toestemming te verlenen aan een wedstrijd in het buitenland deel te nemen. Dit kan gelden voor een door het uniebestuur aan te wijzen evenement, de dag ervoor en de dag erna.
Gelijktijdige deelname aan meerdere onderdelen
4.3
Als een atleet is ingeschreven voor zowel een looponderdeel als voor een technisch onderdeel, of is ingeschreven voor meerdere technische onderdelen die gelijktijdig worden verwerkt, kan de desbetreffende scheidsrechter telkens voor één ronde - of voor elke poging op een hoogte bij het hoog- en polsstokhoogspringen - een atleet toestaan bij het uitvoeren van zijn poging af te wijken van de volgorde op de jurylijst (of zoals bepaald in overeenstemming met [TR25.6.1](technische-onderdelen#2561)).
Echter, als een atleet vervolgens niet aanwezig is voor die bepaalde poging, dan wordt op het moment dat de voor de poging toegestane tijd is verstreken, die poging als overgeslagen beschouwd.
Omdat deze mogelijkheid uitsluitend voor één bepaalde ronde of poging door de scheidsrechter is toegestaan, zal als de atleet in de volgende ronde of poging dan niet aanwezig is op het moment dat hij volgens de oorspronkelijke jurylijst (of zoals bepaald in overeenstemming met [TR25.6.1](technische-onderdelen#2561)) zijn poging zou moeten doen, dan zal dit als een foutpoging worden aangemerkt op het moment dat de tijd voor zijn poging verstreken is.
Bij de technische onderdelen mag de scheidsrechter de volgorde waarin de pogingen worden uitgevoerd in de laatste ronde niet meer wijzigen; hij mag dat wel in een van de eerdere ronden. Bij meerkampen mag in iedere ronde de volgorde gewijzigd worden.
Deze toelichting is om duidelijk te maken dat het niet is toegestaan in de laatste ronde van pogingen (onafhankelijk van het totaal aantal ronden van pogingen) een atleet toe te staan van de volgorde af te wijken, ook niet wanneer de atleet aan meerdere onderdelen tegelijkertijd deelneemt. Indien de atleet in de laatste ronde niet vooraf heeft aangegeven dat hij de poging zal overslaan, dan wordt de talmklok voor zijn poging gestart als hij aan de beurt is en als hij niet terug is voor het verstrijken van de tijd voor zijn poging dan zal dit worden geregistreerd als een foutpoging.
Niet deelnemen
4.4
Bij alle wedstrijden die vallen onder paragrafen 1. (a), (b), (c) en 2. (a), (b) van de definitie van World Rankings Competition, mag een atleet niet deelnemen aan alle volgende onderdelen van de wedstrijd (met inbegrip van de andere onderdelen waaraan hij gelijktijdig deelneemt), inclusief de estafettes, als:
4.4.1
hij heeft bevestigd aan een onderdeel deel te nemen, maar vervolgens niet deelneemt;
De organisatiecommissie moet vóór de wedstrijd aangeven vóór welk tijdstip de bevestiging van deelname moet zijn geschied.
4.4.2
een atleet zich via een kwalificatieronde van een onderdeel heeft geplaatst voor verdere deelname aan dat onderdeel, maar vervolgens niet deelneemt;
Als in de geldende bepalingen een extra ronde om zich te plaatsen voor de volgende ronde / finale is opgenomen, dan is het niet deelnemen daaraan geen overtreding van deze regel.
4.4.3
een atleet deelneemt zonder een eerlijke en bonafide inspanning te leveren. De betrokken scheidsrechter zal hierover beslissen en de daarop betrekking hebbende redenen moeten in de officiële uitslag worden vermeld.
Het gestelde in regel TR4.4.3 is niet van toepassing op de afzonderlijke onderdelen van de meerkampen.
Echter, een medische verklaring verstrekt door en gebaseerd op een onderzoek van de atleet door de Medisch Gedelegeerde die is aangesteld volgens regel WR6 of, als er geen Medisch Gedelegeerde is aangesteld, door de medicus die daarvoor door de organisator is aangewezen, kan worden geaccepteerd als er voldoende reden is om aan te nemen dat de atleet niet meer kan deelnemen, nadat de bevestiging van deelname is gesloten of nadat hij in een vorige ronde is uitgekomen, maar dat hij wel in staat is deel te nemen aan volgende onderdelen (met uitzondering van de afzonderlijke onderdelen van de meerkamp) op een volgende wedstrijddag. Ook andere verdedigbare redenen (bijvoorbeeld factoren die niet door de atleet beïnvloed kunnen worden, zoals problemen met het officiële vervoerssysteem) kunnen, na bevestiging, door de Technisch Gedelegeerde(n) worden geaccepteerd.
Wanneer de desbetreffende scheidsrechter zich bewust is van een dergelijke situatie en overtuigd is dat de atleet die de wedstrijd heeft verlaten niet heeft deelgenomen met een "bona fide effort", dan moet in de uitslag bij de betreffende atleet vermeld worden: DNF TR4.4.3. Hetzij bij de besluitvorming door de technisch gedelegeerde(n) of bij de behandeling door de jury d'appel van elk protest dat daaruit voortkomt, kunnen de redenen voor het terugtrekken of niet deelnemen in beschouwing worden genomen.
► NED
Afmelding
De bepalingen van regel TR4.4 gelden ook voor nationale wedstrijden. Meer specifieke regels zijn opgenomen in de wedstrijdbepalingen van de desbetreffende wedstrijden.
Niet melden in de call room(s)
4.5
Altijd onderworpen aan enige toegevoegde sanctie volgens regel TR4.4, en met uitzondering van hetgeen hieronder bepaald is, moet een atleet worden uitgesloten van deelname aan elk onderdeel waarvoor hij op het desbetreffende tijdstip zoals dat in het tijdschema call room is gepubliceerd niet in de call room aanwezig is (zie regel WR29). In de uitslag moet er DNS bij zijn naam worden gezet.
De desbetreffende scheidsrechter zal hierover een beslissing nemen (inclusief het besluit dat de atleet mag deelnemen onder protest als er niet onmiddellijk een beslissing kan worden genomen) en de overeenkomstige verwijzing moet worden opgenomen in de officiële uitslag.
Gerechtvaardigde redenen (bijv. factoren die onafhankelijk zijn van de eigen acties van de atleet, zoals problemen met het officiële transportsysteem, of een fout in het gepubliceerde tijdschema call room) kunnen, na bevestiging, door de scheidsrechter worden geaccepteerd waarna de atleet toegestaan wordt deel te nemen.
5 Kleding, schoenen en startnummers
Kleding
5.1
Bij alle onderdelen moet de kleding van de atleten schoon zijn en moet op een zodanige manier worden gedragen, dat er geen aanstoot aan kan worden genomen. De kleding moet zijn vervaardigd van materiaal dat niet doorzichtig is, ook niet als het nat wordt. De atleten mogen geen kleding dragen die de beslissing van de jury kan bemoeilijken.
Bij alle wedstrijden volgens paragrafen 1. (a), (b), (c) en 2. (a), (b), (c) van de definitie van World Rankings Competition en bij alle wedstrijden waarbij zij hun land vertegenwoordigen volgens paragrafen 1. (e) en 2. (e) van de definitie van World Rankings Competition moeten de atleten gekleed zijn in het tenue dat door hun nationale atletiekfederatie is goedgekeurd. In dit verband geldt, dat de prijsuitreiking en een eventuele ereronde worden beschouwd als onderdeel van de wedstrijd.
Regel TR5.1 moet ruim worden geïnterpreteerd in de zin van wat "de waarneming van de juryleden kan belemmeren", met inbegrip van de manier waarop atleten hun haar dragen.
► NED
Bij alle competitiewedstrijden (inclusief de NK teams) moeten atleten gekleed zijn in het bij de Atletiekunie geregistreerde verenigingstenue (clubkleding). Onder verenigingstenue wordt verstaan: kleding in de kleuren, zoals die bij de Atletiekunie staat geregistreerd, dat wil zeggen inclusief balken, biesjes e.d., al dan niet met embleem, vignet of dergelijke en de eventuele letters op het shirt, aanduidend de naam van de vereniging en / of sponsor. Het verenigingstenue dient als herkenning voor andere atleten, jury en publiek.
De wedstrijdleider of scheidsrechter kan een atleet aanwijzingen geven met betrekking tot (het dragen van) de wedstrijdkleding. Als de atleet geen gevolg geeft aan deze aanwijzingen, kan hij worden gewaarschuwd of gediskwalificeerd. Het ontbreken van bijvoorbeeld een band of bies hoeft de herkenbaarheid niet te beïnvloeden. De wedstrijdleider of scheidsrechter zal slechts dan tot waarschuwing of diskwalificatie kunnen overgaan als aan de eis van herkenbaarheid niet is voldaan.
Bij estafetteonderdelen die plaatsvinden bij individuele Nederlandse kampioenschappen, dienen de atleten van een team hetzelfde tenue te dragen.
De wedstrijdleider heeft het recht om in de gevallen dat hij dit wenselijk acht, de atleten toe te staan uit te komen in trainingspak.
Atleten mogen, na voorafgaande toestemming van hun vereniging en het uniebestuur, op alle wedstrijden, uitgezonderd nationale wedstrijden, uitkomen in het nationaal tenue van de Atletiekunie.
Schoenen
5.2
Atleten mogen uitkomen op blote voeten of met schoeisel aan één voet of aan beide voeten. Atleten moeten instemmen met alle regels met betrekking tot het dragen van atletische schoenen zoals goedgekeurd door de Council.
5.3
Opzettelijk open gelaten. Zie WA "Athletic Shoe Regulations"
5.4
Opzettelijk open gelaten. Zie WA "Athletic Shoe Regulations"
5.5
Opzettelijk open gelaten. Zie WA "Athletic Shoe Regulations"
5.6
Opzettelijk open gelaten. Zie WA "Athletic Shoe Regulations"
Zie ook de "Athletic Shoe Regulations" in het "Book of Rules Book C: Competition", dat separaat op de website van World Athletics is gepubliceerd.
► NED
Tenzij anders vermeld, moeten alle schoenen en spikes voldoen aan de limieten en vereisten die in de WA "Athletic Shoe Regulations" zijn uiteengezet. Zie website World Athletics en / of Atletiekunie.
Startnummers**
5.7
Elke atleet krijgt twee startnummers uitgereikt, die tijdens de wedstrijd zichtbaar aan de voorkant van het bovenlichaam en op de rug gedragen moeten worden. Hiervan uitgezonderd zijn de springonderdelen waarbij één startnummer mag worden gedragen, hetzij aan de voorkant van het bovenlichaam, of op de rug. In plaats van nummers, is óf de naam van de atleet óf een andere passende identificatie toegestaan. Als nummers worden gebruikt dan moet dit overeenkomen met het startnummer zoals dat op de jurylijsten of in het programma is vermeld. Als tijdens de wedstrijd een trainingspak wordt gedragen, moeten de startnummers daarop op dezelfde manier zijn aangebracht.
► NED
Behalve bij kampioenschappen, kan de organisator toestaan dat op alle onderdelen met één startnummer wordt volstaan. In dat geval moet bij de looponderdelen het startnummer op de borst worden gedragen.
5.8
Een atleet mag aan geen enkele wedstrijd deelnemen als hij niet de juiste startnummers en / of identificatie draagt.
5.9
Startnummers moeten worden gedragen zoals ze door de organisatie zijn uitgegeven, ze mogen op geen enkele manier worden afgesneden of gevouwen en moeten duidelijk zichtbaar zijn. Bij loopwedstrijden en snelwandelen over afstanden van 10 000 meter of langer, mogen de startnummers worden geperforeerd om luchtcirculatie mogelijk te maken, maar de perforatie mag niet worden aangebracht door de letters of cijfers op het startnummer.
5.10
Als er volautomatische elektronische tijdwaarneming in gebruik is, kunnen de atleten worden verplicht aanvullende zelfklevende nummers op de zijkant van de broek of op het onderste deel van hun lichaam te dragen.
5.11
Als een atleet zich niet aan enig onderdeel van deze regel houdt, en
5.11.1
weigert de aanwijzingen van de betrokken scheidsrechter op te volgen, of
5.11.2
deelneemt aan de wedstrijd,
dan moet hij worden gediskwalificeerd.
Regel TR5.11 schrijft de sanctie voor indien aan een van de bepalingen van regel TR5 niet wordt voldaan. Van de betreffende official wordt echter verwacht dat hij de atleet verzoekt en aanmoedigt om de regels op te volgen en hem te wijzen op de consequenties als hij dat niet doet. Wanneer het echter praktisch niet mogelijk is voor de official om de atleet hier op te wijzen, dan moet de atleet zich realiseren dat hij gediskwalificeerd kan worden.
Startcommissarissen, baancommissarissen en juryleden moeten hier goed op toezien en zij moeten iedere mogelijke overtreding melden aan de betreffende scheidsrechter.
6 Assistentie aan atleten
Medisch onderzoek en behandeling
6.1
Medisch onderzoek / behandeling en / of fysiotherapie mag worden verricht, hetzij op het wedstrijdterrein zelf door medisch personeel dat hiervoor door de organisatoren is aangewezen en dat herkenbaar moet zijn aan armbanden, hesjes of soortgelijke kenmerkende kleding, of in daarvoor bestemde medische ruimten buiten het wedstrijdterrein door geaccrediteerd medisch personeel van het desbetreffende team, aan wie hiervoor specifieke toestemming van de Medisch of Technisch Gedelegeerde(n) is verleend. In beide gevallen mag de behandeling de voortgang van de wedstrijd of het doen van een poging door die atleet in de aangewezen volgorde niet belemmeren. Een dergelijke verzorging of assistentie door enig andere persoon, hetzij direct vóór de wedstrijd, of nadat de atleet de call room heeft verlaten of gedurende de wedstrijd, wordt beschouwd als assistentie.
Het wedstrijdterrein, dat gewoonlijk ook fysiek afgesloten is, wordt in dit verband gedefinieerd als het terrein waarop de wedstrijd zich afspeelt, en waartoe volgens de geldende regels en reglementen uitsluitend atleten die aan de wedstrijd deelnemen en geautoriseerde medewerkers toegang hebben.
6.2
Iedere atleet die tijdens een onderdeel vanaf het wedstrijdterrein assistentie geeft of ontvangt (met inbegrip van de regels TR17.14, TR17.15.4, TR54.10.8 en TR55.8.8), moet door de desbetreffende scheidsrechter worden gewaarschuwd. Hem moet worden medegedeeld, dat hij bij herhaling voor dat onderdeel zal worden gediskwalificeerd.
Niet toegestane assistentie
6.3
In het kader van deze regel worden de volgende voorbeelden als assistentie beschouwd en zijn daarom niet toegestaan:
6.3.1
Het gangmaken op looponderdelen door personen die niet aan dezelfde wedstrijd deelnemen, door gedubbelde of bijna gedubbelde tegenstanders, of door enig technisch hulpmiddel (anders dan toegestaan volgens de regels TR6.4.4 en TR6.4.8.
6.3.2
Het bezit of gebruik van videorecorders, radio's, cd-spelers, radiozenders, mobiele telefoons of soortgelijke apparaten op het wedstrijdterrein.
6.3.3
Uitgezonderd schoenen die voldoen aan regel TR5, het gebruik van alle technische middelen die de gebruiker voordeel verschaffen dat hij niet gehad zou hebben als hij de middelen had gebruikt zoals die in dit reglement zijn vermeld of toegestaan.
6.3.4
Het gebruik van alle mechanische hulpmiddelen, behalve door een atleet met een beperking die hiervoor gemachtigd is of toestemming heeft in overeenstemming met de "Mechanical Aids Regulations".
Zie ook de Mechanical Aid Regulations in het "Book of Rules Book C: Competition", afzonderlijk gepubliceerd op de website.
6.3.5
Het geven van aanwijzingen of een andere vorm van ondersteuning door iedere wedstrijdofficial die op dat moment niet hoort bij of nodig is voor zijn specifieke rol in de wedstrijd (bijv. coachen, aanwijzen van afzet bij een springonderdeel anders dan om een fout in de horizontale springonderdelen aan te geven, tijd of onderlinge afstand in een looponderdeel, etc.).
6.3.6
Het ontvangen van fysieke hulp van een andere atleet (anders dan het overeind helpen) die bijdraagt aan het verbeteren van de positie in de wedstrijd.
Toegestane assistentie
6.4
In het kader van deze regel wordt het volgende niet als assistentie beschouwd, en is daarom toegestaan:
6.4.1
De communicatie tussen atleten en hun coaches, die zich buiten het wedstrijdterrein bevinden. Om deze communicatie mogelijk te maken en daarbij de voortgang van de wedstrijd niet te verstoren, moet er buiten het wedstrijdterrein en ter hoogte van elk technisch onderdeel voor de coaches een ruimte worden gereserveerd.
6.4.2
Eenmalig medisch onderzoek / behandeling en / of fysiotherapie op het wedstrijdterrein, volgens regel T6.1, dat nodig is om de atleet in staat te stellen deel te nemen of zijn deelname voort te zetten.
6.4.3
Iedere vorm van persoonlijke bescherming die om medische redenen noodzakelijk is (zoals bijv. bandage, kleefband, gordel, beugel, polsband waarmee gekoeld kan worden, hulpmiddel om te ademen etc.). Indien hij dit wenselijk acht, heeft in ieder voorkomend geval de scheidsrechter de bevoegdheid om in samenspraak met de Medisch Gedelegeerde de noodzaak van de persoonlijke bescherming vast te stellen (zie ook de regels TR32.4 en TR32.5).
6.4.4
Hartslag- snelheid- en afstandsmeters of passentellers of soortgelijke instrumenten die door de atleten zelf gedurende de wedstrijd gedragen worden, op voorwaarde dat zulke instrumenten niet kunnen worden gebruikt om met andere personen te communiceren.
6.4.5
Bekijken van beelden van voorafgaande pogingen door atleten die aan de technische onderdelen meedoen; beelden die voor hen zijn opgenomen door personen die zich buiten het wedstrijdterrein bevinden (zie opmerking bij regel TR6.1).
Het beeldscherm of de beelden die daarvan zijn opgenomen moeten buiten het wedstrijdterrein blijven, ter hoogte van de plaats waar degene die de opnamen heeft gemaakt zijn plaats heeft. Om een beter zicht op de beelden te verzekeren, mag de atleet het opnameapparaat in zijn handen houden, terwijl hij daarover in gesprek is met degene die de opnamen heeft gemaakt
6.4.6
Petten, handschoenen, schoenen, kledingstukken die bij de officiële posten aan de atleten worden aangereikt, of anderszins goedgekeurd door de betreffende scheidsrechter.
6.4.7
Het ontvangen van fysieke ondersteuning van een official of van een andere persoon die daarvoor is aangewezen door de organisatie om op te kunnen staan of om toegang te krijgen tot medische hulp.
6.4.8
Elektronische lichten of een soortgelijk middel om in een race de voortgangstijden aan te geven, inclusief die van een relevant record.
De afgelopen jaren is regel TR6 een aantal keren gewijzigd, passend bij de manier waarop atletiek bedreven wordt, de rol van de coach respecterend en passend bij recente innovaties en nieuwe producten, etc. World Athletics zal proactief blijven reageren op nieuwe producten en trends zodra deze algemeen gebruikelijk worden bij onderdelen en wedstrijden.
De aanpassingen van de regels hebben vooral tot doel de deelname van atleten aan wedstrijden zoveel mogelijk te faciliteren en onnodige conflicten tussen atleten / coaches en officials te minimaliseren. Voor iedere regel geldt deze achtergrond waarbij iedere wedstrijd voor alle atleten even eerlijk moet worden verwerkt.
Regel TR6.3.5 verduidelijkt dat een official geen enkele atleet mag assisteren, anders dan wat past bij zijn rol. Als voorbeeld wordt gegeven dat het aanduiden van de afzet van een atleet bij springonderdelen, anders dan het aanduiden van het afzetpunt, bij een ongeldige poging niet is toegestaan.
7 Waarschuwingen en diskwalificatie
Bonafide deelname, onsportief en onbehoorlijk gedrag
7.1
Atleten en estafetteteams moeten op een bonafide manier aan atletiekwedstrijden deelnemen en moeten zich onthouden van onsportief of onbehoorlijk gedrag. Iedere atleet of estafetteteam die / dat zich niet aan deze regel houdt kan gewaarschuwd of gediskwalificeerd worden.
De betrokken scheidsrechter heeft de bevoegdheid om iedere atleet of estafetteteam te waarschuwen of uit te sluiten als zij zich schuldig maken aan overtreding van deze regel of aan de opmerkingen (ii), (iii) of (iv) van WR6.1 of van de regels TR6, TR16.5, TR17.14, TR17.15.4, TR25.5, TR25.19, TR54.7.6., TR54.10.8 of TR55.8.8. Waarschuwingen kunnen worden gegeven door aan de atleet een gele kaart te tonen, uitsluiting door het tonen van en rode kaart. Waarschuwingen en uitsluitingen moeten op het juryformulier worden genoteerd en aan de wedstrijdsecretaris en aan de overige scheidsrechters worden medegedeeld.
In disciplinaire zaken reikt de bevoegdheid van de scheidsrechter call room vanaf het warm-up terrein tot aan het wedstrijdterrein. In alle andere gevallen heeft de scheidsrechter van het onderdeel waaraan de atleet deelneemt of heeft deelgenomen die bevoegdheid.
De betrokken scheidsrechter mag (indien mogelijk na overleg met de Competition Director (wedstrijdleider)) iedere andere persoon waarschuwen of van het wedstrijdterrein (of van een ander gebied dat met de wedstrijd verband houdt, inclusief het warm-up terrein, de call room of de ruimte die aan de coaches is toegewezen) verwijderen, die zich onsportief of onbehoorlijk gedraagt, of die zodanige assistentie aan de atleten verleent die volgens de regels niet is toegestaan.
Als de omstandigheden dit rechtvaardigen, mag de scheidsrechter een atleet of estafetteteam zonder voorafgaande waarschuwing uitsluiten (zie ook de opmerking bij regel TR6.2)
Bij de onderdelen die buiten het stadion verwerkt worden moet de scheidsrechter looponderdelen en snelwandelen als dit praktisch uitvoerbaar is (bijv. onder regels TR6, TR54.10 of TR55.8), een waarschuwing geven voordat hij tot diskwalificatie overgaat. Indien de actie van de scheidsrechter wordt betwist, is TR8 van toepassing.
Als een scheidsrechter een atleet of estafetteteam volgens deze regel uitsluit van de wedstrijd en hij is ervan op de hoogte dat er al een gele kaart is gegeven, dan dient hij een tweede gele kaart te tonen, direct gevolgd door een rode kaart.
Als de scheidsrechter een gele kaart geeft en hij is er niet van op de hoogte dat er al eerder een gele kaart is gegeven, dan moet dit, zodra dit bekend is, hetzelfde gevolg hebben alsof die latere gele kaart gegeven is in combinatie met de rode kaart. De betrokken scheidsrechter moet onmiddellijk actie ondernemen om de atleet, het estafetteteam of het team waartoe de atleet of estafetteteam behoort van de uitsluiting op de hoogte te brengen.
Onderstaande kernpunten zijn bedoeld om sturing en duidelijkheid te geven aan de manier waarop kaarten dienen te worden gegeven en hoe dit moet worden vastgelegd.
a. Gele en rode kaarten kunnen worden gegeven hetzij om disciplinaire redenen (meestal volgens deze regel) of voor bepaalde technische overtredingen die disciplinair van aard zijn.
b. Terwijl het normaal en meestal ook verwacht wordt dat een gele kaart vóór een rode kaart wordt gegeven kan het ook voorkomen dat in gevallen van uitzonderlijk slecht, onsportief of onbehoorlijk gedrag, of deelnemen op een niet bonafide manier, direct een rode kaart kan worden gegeven. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de atleet of het estafetteteam in elk geval de mogelijkheid heeft om tegen zo'n beslissing in beroep te gaan bij de jury d'appel.
c. Er zullen zich ook sommige situaties voordoen, waarbij het niet praktisch of zelfs niet logisch is dat er een gele kaart is gegeven. Volgens de opmerking bij regel TR6.2 bijvoorbeeld is het specifiek toegestaan om direct een rode kaart te geven in situaties beschreven in regel TR6.3.1 zoals het gangmaken in races.
d. Een soortgelijke situatie kan zich ook voordoen als de scheidsrechter een gele kaart geeft en de atleet of het estafetteteam op een dergelijke onbehoorlijke manier daarop reageert dat het gerechtvaardigd is om direct een rode kaart te geven. Daarbij is het niet wezenlijk dat er twee volledig verschillende manieren van onbehoorlijk gedrag op twee verschillende momenten plaatsvindt.
e. Als zoals beschreven in opmerking (iii) in die gevallen waarin de scheidsrechter beseft dat de atleet of het estafetteteam tijdens de wedstrijd al een gele kaart heeft gekregen en hij van plan is een rode kaart te geven, dan moet de scheidsrechter eerst een tweede gele kaart tonen en pas daarna de rode kaart. Als echter een scheidsrechter de tweede gele kaart niet toont, dan blijft toch de getoonde rode kaart geldig.
f. In de gevallen waarin de scheidsrechter die niet op de hoogte is van een eerder gegeven gele kaart een gele kaart toont, dan moeten zo spoedig mogelijk de juiste stappen genomen worden om de atleet te diskwalificeren. Normaliter zou dat moeten gebeuren door de betrokken scheidsrechter, die of de atleet of diens team daarvan op de hoogte stelt.
g. Bij de estafettes geldt dat kaarten, die tijdens elke ronde van de wedstrijd, aan een of meer leden van het estafetteteam zijn gegeven, gelden voor het hele team. Dat wil zeggen dat als een atleet twee gele kaarten krijgt, of twee verschillende atleten ieder een gele kaart in ieder van de ronden van dat onderdeel, dan moet dit worden gezien alsof het hele team een rode kaart heeft gekregen en zal dus moeten worden gediskwalificeerd.
Diskwalificatie door overtreding van een technische regel (uitgezonderd regel TR7.1)
7.2
Als een atleet op een onderdeel is gediskwalificeerd wegens overtreding van een technische regel (uitgezonderd regel TR7.1) worden zijn prestaties die tot op dat moment in dezelfde ronde van dat onderdeel zijn behaald ongeldig. Echter, resultaten die in een voorafgaande ronde van datzelfde onderdeel, andere voorafgaande onderdelen of voorafgaande individuele onderdelen van de meerkamp zijn behaald, blijven geldig. Na een dergelijke diskwalificatie mag een atleet aan alle volgende onderdelen van die wedstrijd deelnemen.
Diskwalificatie door uitsluiting volgens regel TR7.1
7.3
Als een atleet van de wedstrijd wordt uitgesloten volgens regel TR7.1, dan moet hij voor dat onderdeel worden gediskwalificeerd. Als een tweede waarschuwing aan die atleet bij een ander onderdeel wordt gegeven dan moet die atleet uitsluitend voor dat tweede onderdeel worden gediskwalificeerd.
Alle prestaties die tot op het moment van diskwalificatie in dezelfde ronde van dat onderdeel zijn behaald zijn ongeldig. Echter, resultaten behaald in een voorafgaande ronde van datzelfde onderdeel, in andere voorafgaande onderdelen, of in voorafgaande onderdelen van de meerkamp blijven geldig. Een dergelijke diskwalificatie moet in die wedstrijd deelname aan alle verdere onderdelen of aan ronden van onderdelen voorkomen (inclusief individuele onderdelen van de meerkamp, andere onderdelen waaraan hij gelijktijdige deelneemt en estafettes).
7.4
Als een estafetteploeg volgens regel TR7.1 wordt uitgesloten van deelname, dan moet die ploeg worden gediskwalificeerd voor dat onderdeel. Resultaten behaald in een voorafgaande ronde van datzelfde onderdeel blijven geldig. Als de diskwalificatie van het estafetteteam het gevolg was van het gedrag van een atleet / atleten die zou hebben geleid tot diskwalificatie volgens regel TR7.1 en zou / zouden deze atleet / atleten deelnemen aan een individueel onderdeel dan is regel TR7.3 van toepassing voor deze atleet / atleten. In alle andere gevallen mogen de atleten van dat gediskwalificeerde team nog steeds deelnemen aan andere onderdelen van de wedstrijd.
Echter, als het gedrag van een of meer van de individuele atleten ernstig genoeg is, dan kan regel TR7.1 en de daarbij behorende gevolgen op hem / hen worden toegepast
7.5
Als het om een ernstige overtreding gaat, moet de Competition Director / wedstrijdleider dit aan de bevoegde instantie rapporteren, zodat verdere disciplinaire maatregelen kunnen worden overwogen.
Regel TR7.3 moet ook worden toegepast op een atleet die een tweede waarschuwing in de wedstrijd kreeg bij de estafettes, of die direct werd uitgesloten van deelname aan de estafette waardoor zijn team gediskwalificeerd werd.
► NED
Bij een ernstige overtreding worden alle tot dan toe behaalde prestaties nietig verklaard. Voorbeelden van ernstige overtredingen zijn:
- ernstig wangedrag;
- een atleet die onder een andere dan zijn eigen naam heeft deelgenomen.
8 Protesten en beroep
8.1
Protesten tegen de status van een atleet moeten vóór de wedstrijd gericht worden aan de Technisch Gedelegeerde(n). Zodra de Technische Gedelegeerde(n) een beslissing heeft / hebben genomen, bestaat het recht om hiertegen bij de jury d'appel in beroep te gaan. Als deze aangelegenheid niet vóór de wedstrijd tot een bevredigende oplossing kan worden gebracht, wordt het de atleet in kwestie toegestaan deel te nemen "onder protest", waarna de aangelegenheid alsnog aan de desbetreffende bevoegde instantie zal worden voorgelegd.
8.2
Protesten, betrekking hebbend op de uitslag of het verloop van een (ronde van een) onderdeel, moeten binnen 30 minuten, nadat het wedstrijdresultaat van dat onderdeel (of ronde van dat onderdeel) officieel is bekendgemaakt, worden ingediend.
De organisatoren van de wedstrijd zijn ervoor verantwoordelijk dat de tijden waarop de officiële resultaten bekend zijn gemaakt, worden vastgelegd.
8.3
Alle protesten moeten mondeling bij de scheidsrechter worden ingediend door de atleet zelf, door iemand die namens hem optreedt of door een officiële vertegenwoordiger van zijn team. Een dergelijk persoon of team mag alleen dan protesteren als zij deelnemen aan dezelfde ronde van het onderdeel waarop het protest (of het daaropvolgend protest bij de jury d'appel) betrekking heeft (of als zij deelnemen aan een wedstrijd waarin een puntentelling voor teams wordt gehanteerd). Om tot een eerlijke beslissing te komen, moet de scheidsrechter gebruik maken van alle beschikbare gegevens, waarvan hij denkt dat die nodig zijn, met inbegrip van films, of beelden die zijn vastgelegd op de officiële videorecorder of enig ander beschikbare video-opname. Als er een jury d'appel is aangewezen, mag de scheidsrechter een uitspraak doen, of de zaak doorverwijzen naar de jury d'appel. Beslist de scheidsrechter zelf over het protest, dan kan bij de jury d'appel tegen deze beslissing in beroep worden gegaan. Als de scheidsrechter niet bereikbaar of beschikbaar is, kan het protest via het Technical Information Centre (TIC) bij hem ingediend worden.
Als er een World Athletics photo finish judge is benoemd moet deze, als het gaat om protesten over de plaatsing van atleten, handelen namens de scheidsrechter lopen of de scheidsrechter snelwandelen.
► NED
Bij nationale wedstrijden moet de scheidsrechter altijd een uitspraak hebben gedaan, alvorens een protest aan de jury d'appel voorgelegd kan worden.
8.4
Looponderdelen
8.4.1
Als een atleet direct mondeling protesteert tegen de toewijzing van een valse start, mag de startscheidsrechter (of als die niet is benoemd de betrokken scheidsrechter looponderdelen of scheidsrechter snelwandelen), als hij op enigerlei wijze twijfelt, toestaan om die atleet "onder protest" te laten deelnemen, om de rechten van alle betrokkenen te beschermen. Deelname "onder protest" zou niet moeten worden toegestaan als de valse start wordt aangegeven door een door World Athletics gecertificeerd startinformatiesysteem, tenzij de scheidsrechter, om welke reden dan ook, beslist dat de informatie afkomstig van dat systeem kennelijk niet nauwkeurig is.
Als een atleet "onder protest" mag deelnemen dan moet hem een rood / witte kaart (diagonaal verdeeld) getoond worden.
8.4.2
Een protest kan zijn gebaseerd op het feit dat de starter na een valse start verzuimd heeft de atleten terug te roepen, of volgens de bepalingen van regel TR16.5 verzuimd heeft de start af te breken. Het protest mag alleen worden ingediend door of namens een atleet die de wedstrijd normaal gesproken op een bonafide manier zou hebben voltooid. Als het protest wordt toegewezen moet elke atleet die vals is gestart of die door zijn gedrag de aanleiding tot het afbreken van de start zou zijn geweest en die zich volgens de regels TR16.5, TR16.8 of TR39.8.3 heeft blootgesteld aan een mogelijke waarschuwing of diskwalificatie, worden gewaarschuwd of gediskwalificeerd. Onafhankelijk van het feit of er atleten al of niet zijn gewaarschuwd of gediskwalificeerd, heeft de scheidsrechter de bevoegdheid om het onderdeel of een deel van het onderdeel nietig te verklaren en te laten overlopen, als naar zijn mening de rechtvaardigheid daarmee gediend is.
Het recht van protest en beroep in regel TR8.4.2 blijft van toepassing of er nu wel of geen startinformatiesysteem is gebruikt.
8.4.3
Als een protest of beroep van een atleet die door een onterechte valse start van een onderdeel is uitgesloten na afloop van de race wordt toegekend, dan moet de atleet in de gelegenheid worden gesteld om alleen over te lopen om zo een tijd voor dat onderdeel neer te kunnen zetten en dus, indien van toepassing, door te gaan naar de volgende ronden. Geen enkele atleet mag tot een volgende ronde worden toegelaten, zonder dat hij in alle ronden heeft deelgenomen, tenzij de scheidsrechter of de jury d'appel anders besluit door bijzondere omstandigheden voor dat geval, bijv. te weinig tijd tot de volgende ronde, of de lengte van de race.
Deze regel mag door de scheidsrechter of door de jury d'appel ook worden toegepast in andere omstandigheden waarin dit passend wordt geacht (zie regel TR17.1).
8.4.4
Als een protest wordt ingediend door of namens een atleet of ploeg die bij een looponderdeel niet gefinisht is, dan moet de scheidsrechter eerst vaststellen of de atleet of ploeg gediskwalificeerd was of had moeten worden wegens een overtreding van de regels, die niet in verband staan met het ingediende protest. Als dat het geval is moet het protest worden afgewezen.
Wanneer een startscheidsrechter moet beslissen over een onmiddellijk mondeling protest van een atleet bij een valse start, en er redelijkerwijs een kans bestaat dat het protest van de atleet stand houdt, dan moet de startscheidsrechter alle relevante informatie verzamelen en afwegen, en de atleet toestaan om onder protest mee te laten lopen. Na de race moet er een definitieve beslissing worden genomen door de scheidsrechter, een beslissing die voorgelegd zou kunnen worden aan de jury d'appel. Maar voor de duidelijkheid: de scheidsrechter zou een atleet niet moeten toestaan onder protest mee te lopen als de valse start is geregistreerd door een startinformatiesysteem dat correct blijkt te werken, of in gevallen waar het door visuele waarneming heel duidelijk is dat een atleet een valse start heeft gemaakt en er dus geen geldige reden is om het protest toe te staan.
Het is echter duidelijk, dat als de reactietijd dicht bij de toegestane limiet ligt, een beweging nauwelijks zichtbaar kan zijn. Als in dit geval naar de mening van de startscheidsrechter nadere bestudering van het technologisch bewijs nodig is, kan hij beslissen de atleet onder protest mee te laten lopen om de rechten van alle betrokkenen te waarborgen.
Deze regels zijn niet alleen van toepassing als de starter verzuimd heeft om een valse start terug te schieten, maar ook als de starter verzuimde om de startprocedure op een correcte wijze af te breken. In beide situaties moet de scheidsrechter alle factoren die van invloed zijn geweest op het specifieke geval in beschouwing nemen en moet beslissen of de race (of deel daarvan) moet worden overgelopen.
Twee voorbeelden. Bij een marathon is het niet logisch en nodig om de wedstrijd over te laten lopen wanneer een atleet na een niet teruggeschoten valse start finisht. Maar bij een sprintonderdeel ligt het anders: als een atleet verantwoordelijk is voor een valse start en niet wordt teruggeschoten, kan hij de start en de daaropvolgende race van andere atleten hebben beïnvloed.
Een ander voorbeeld, in een voorronde of misschien nog duidelijker een looponderdeel van de meerkamp, waar het duidelijk is dat slechts één of enkele atleten benadeeld zijn door het niet terugschieten bij een valse start, kan de scheidsrechter besluiten dat alleen de benadeelde atleten de mogelijkheid krijgen om over te lopen en zo ja onder welke voorwaarden.
Regel TR8.4.3 is specifiek van toepassing in situaties dat een atleet ten onrechte een valse start krijgt toegewezen en dus wordt uitgesloten van een race.
8.5
Als bij een technisch onderdeel een atleet onmiddellijk mondeling protesteert tegen het door de jury ongeldig verklaren van een poging, mag de scheidsrechter van het desbetreffende onderdeel, in geval van twijfel, opdracht geven om de poging op te meten en te noteren, zodat de rechten van alle belanghebbenden worden beschermd.
Als de poging waartegen geprotesteerd wordt, plaatsvond:
8.5.1
tijdens de eerste drie ronden van een horizontaal technisch onderdeel waaraan meer dan acht atleten deelnemen en de atleet zou doorgaan naar een van de volgende ronden als zijn protest of het daarop volgend beroep zou worden toegewezen, of
8.5.2
in een verticaal technisch onderdeel, waarbij de atleet naar een volgende hoogte zou gaan als zijn protest of het daarop volgend beroep zou worden toegewezen,
dan mag de scheidsrechter, als hij op enigerlei wijze twijfelt, beslissen dat die atleet "onder protest" verder aan de wedstrijd mee mag doen om de rechten van alle betrokkenen te beschermen.
In geval van een protest door een atleet, waarbij de scheidsrechter ervan overtuigd is dat de beslissing van de jury correct is (in het bijzonder als dat gebaseerd is op eigen waarneming of op aangeven van de videoscheidsrechter) mag een atleet niet verder deelnemen.
Echter wanneer het gaat om het meten van de poging in geval van onmiddellijk mondeling protest door de atleet, dan moet de scheidsrechter
a. dit niet doen indien er een duidelijke overtreding van de regels is gemaakt. Bijvoorbeeld bij een duidelijke indruk in de plasticine of het landen van werpmateriaal duidelijk buiten de sector;
b. dit bij twijfel altijd (en direct) doen, zodat de wedstrijd geen onnodige vertraging oploopt.
De juiste toepassing van deze regel is dan ook dat het jurylid dat de landing markeert, dit altijd doet (uitgezonderd werponderdelen waar het werpmateriaal duidelijk buiten de sector landt) onafhankelijk van een eventuele rode vlag. Naast de mogelijkheid dat een atleet direct mondeling protesteert tegen de beslissing van de jury kan het ook zo zijn dat de jury per ongeluk de verkeerde vlag heeft getoond.
8.6
Alle "onder protest" geleverde prestaties van de atleet worden slechts dan geldig nadat de scheidsrechter hiertoe heeft besloten of wanneer een beroep door de jury d'appel is toegewezen.
Als bij de technische onderdelen, doordat een atleet die "onder protest" meedoet, een andere atleet door mag gaan in de wedstrijd terwijl hij dat anders niet had gemogen, dan zullen de door die atleet geleverde prestaties en eventuele resultaten geldig blijven, onafhankelijk van het feit of het directe mondelinge protest van de atleet die "onder protest" meedeed wordt toegewezen of niet.
De eerste paragraaf van rgel TR8.6 is van toepassing op alle onderdelen, niet alleen op technische onderdelen.
8.7
Een beroep op de jury d'appel moet worden ingediend binnen 30 minuten:
8.7.1
na de officiële aankondiging van de gewijzigde uitslag van een onderdeel voortkomend uit de beslissing van de scheidsrechter;
8.7.2
na de mededeling aan degenen die protesteren, dat de uitslag niet gewijzigd wordt.
Het beroep moet schriftelijk worden ingediend, worden ondertekend door de atleet, door degene die namens hem optreedt of door een vertegenwoordiger van het team waarvan de atleet deel uitmaakt en moet worden vergezeld van een waarborgsom van USD 100, of de tegenwaarde ervan. Dit bedrag wordt verbeurd verklaard wanneer het protest niet wordt toegewezen. Een dergelijk persoon of team mag alleen dan protesteren als zij deelnemen aan dezelfde ronde van het onderdeel waarop het protest (of het daaropvolgend protest bij de jury d'appel) betrekking heeft (of als zij deelnemen aan een wedstrijd waarin een puntentelling wordt gehanteerd).
Nadat de betrokken scheidsrechter een beslissing op een protest heeft genomen, moet hij het TIC onmiddellijk op de hoogte stellen van het tijdstip waarop zijn beslissing is medegedeeld. Als de scheidsrechter niet in staat was om zijn beslissing mondeling aan het (de) betrokken team(s) of atleet (atleten) mede te delen, dan geldt als officiële tijd voor de aankondiging, het tijdstip waarop de aangepaste uitslag is gepubliceerd of het tijdstip waarop de beslissing in het TIC is gedeponeerd.
► NED
Voordat een beroep in behandeling wordt genomen, moet een waarborgsom van EUR 50 worden betaald.
8.8
De jury d'appel moet alle voor het beroep van belang zijnde personen raadplegen, inclusief de betreffende scheidsrechter (behalve in die gevallen waarin de jury d'appel niet wil afwijken van de beslissing van de scheidsrechter). Als de jury d'appel twijfelt, kan ander beschikbaar bewijsmateriaal in beschouwing worden genomen. Als dit bewijsmateriaal, inclusief alle beschikbare videobeelden, niet overtuigend is, moet de beslissing van de betreffende scheidsrechter of die van de chef jury snelwandelen worden gehandhaafd.
8.9
De jury d'appel kan een beslissing herzien als nieuw bepalend bewijs is geleverd op voorwaarde dat de nieuwe beslissing nog toe te passen is. Gewoonlijk zal een herziening slechts worden gedaan voorafgaand aan de prijsuitreiking van het van toepassing zijnde onderdeel, tenzij de desbetreffende bevoegde instantie beslist dat de omstandigheden een andere handelwijze rechtvaardigen.
8.10
Beslissingen met betrekking tot punten waarop het reglement niet kan worden toegepast, moeten door de voorzitter van de jury d'appel bij de Chief Executive Officer van World Athletics worden gemeld.
8.11
De beslissing van de jury d'appel (of van de scheidsrechter als er geen jury d'appel is of als er geen beroep bij de jury d'appel is ingediend) is definitief. Er bestaat geen verder recht op beroep, ook niet bij CAS.
9 Gemengde wedstrijden
9.1
Universele wedstrijden, zoals estafettes, andere teamwedstrijden waarin mannen en vrouwen samen uitkomen, of onderdelen waarin mannen en vrouwen strijden voor een enkele klassering, zijn toegestaan als dat in overeenstemming is met de geldende reglementen van de desbetreffende instantie.
9.2
Anders dan in regel TR9.1 is gesteld mogen, in alle andere wedstrijden die volledig in een stadion worden verwerkt, normaal gesproken mannelijke en vrouwelijke atleten niet samen aan hetzelfde onderdeel deelnemen.
Echter, het volgende kan worden toegestaan:
- in wedstrijden die vallen onder paragrafen 1. (a), (b), (c) en 2. (a), (b), (c) van de definitie van World Rankings Competition als dat wordt toegestaan volgens de desbetreffende wedstrijdbepalingen,
- in wedstrijden volgens paragrafen 1. (d), (e) en 2. (d), (e) van de definitie van World Rankings Competition is dit altijd toegestaan bij de technische onderdelen en voor onderdelen volgens regel TR9.2.1 als European Athletics daar specifiek toestemming voor heeft verleend,
- in wedstrijden volgens paragrafen 3 van de definitie van World Rankings Competition is dit altijd toegestaan bij de technische onderdelen en voor onderdelen volgens regel TR9.2.1 als de Atletiekunie daar specifiek toestemming voor heeft verleend,
9.2.1
Gemengde wedstrijden op een atletiekbaan over afstanden van 5 000 m of langer; maar die zijn uitsluitend toegestaan als er onvoldoende deelnemende atleten van een of beide geslachten zijn om afzonderlijke races te rechtvaardigen. Van iedere atleet moet in de uitslag het geslacht worden vermeld. Zulke wedstrijden mogen in ieder geval nooit worden gehouden om atleten van het ene geslacht de atleten van het andere geslacht te laten hazen of te ondersteunen.
9.2.2
Technische onderdelen waaraan, op één of meer plaatsen op het wedstrijdterrein, gelijktijdig mannen en vrouwen deelnemen zijn toegestaan. Er moeten aparte juryformulieren worden gebruikt en er moeten aparte uitslagen voor mannen en vrouwen worden opgemaakt. In iedere ronde van een dergelijk onderdeel kunnen de atleten van het ene geslacht worden opgeroepen gevolgd door de atleten van het andere geslacht, of de mannen en vrouwen worden om en om opgeroepen. Voor de toepassing van regel TR25.17 moet worden gehandeld alsof alle atleten van hetzelfde geslacht zijn. Als de verticale springonderdelen op één plaats worden verwerkt, dan moeten de regels TR26 tot en met TR28 strikt worden toegepast met inbegrip van de regel dat de lat steeds moet worden verhoogd volgens één enkele serie van tevoren aangekondigde verhogingen voor de gehele wedstrijd.
Het doel van regel TR9.2.1 is om het mogelijk maken van looponderdelen van 5 000 m of langer in het geval kleine deelnemersaantallen bij één of beide geslachten zijn ingeschreven. Het doel van deze regel is niet om vrouwen de kans te bieden om te lopen tegen mannen om zo betere prestaties te kunnen behalen. Voor de duidelijkheid, gelijktijdige deelname van mannen en vrouwen is:
a. toegestaan in alle nationale wedstrijden voor technische onderdelen, en indien specifiek toegestaan door de Atletiekunie voor looponderdelen van 5 000 m of langer volgens regel TR9.2.1 (er is geen aanvullende toestemming van een continentale organisatie nodig);
b. toegestaan voor wedstrijden vallend onder paragraaf 1. (d), (e) en 2. (d), (e) van de definitie van World Rankings Competition voor technische onderdelen en indien specifiek toegestaan door European Athletics voor looponderdelen van 5 000 m of langer volgens regel TR9.2.1;
c. niet toegestaan voor wedstrijden vallend onder paragrafen 1. (a), (b), (c) en 2. (a), (b), (c), van de definitie van World Rankings Competition, tenzij voor de technische onderdelen de wedstrijdbepalingen hierin voorzien.
Voor de erkenning van wereldrecords in wedstrijden waar zowel vrouwen als mannen gelijktijdig deelnemen gelden ook restricties, zie regel 31.1 (looponderdelen op de baan langer dan 5 000 m) en regel WR32 (wegwedstrijden voor vrouwen). Regel WR32 opmerking (ii) beschrijft hoe een aparte wegwedstrijd voor alleen vrouwen moet worden verwerkt (om erkenning van een vrouwenrecord mogelijk te maken) in geval dat zowel mannen als vrouwen (kunnen) deelnemen.
► NED
Voor de Atletiekunie geldt, dat met behoud van het gestelde in regel WR31.1 de wedstrijdleider bij regionale wedstrijden, met naar zijn oordeel, geringe deelname aan een wedstrijdonderdeel, wel toe kan staan dat U18 mannen en vrouwen of U20 mannen en vrouwen c.q. mannen en vrouwen (senioren en masters) samen aan dat zelfde onderdeel deelnemen.
10 Metingen
10.1
De nauwkeurigheid van de baanmarkeringen en de technische installaties op atletiekvoorzieningen, zoals bepaald in de regels TR2, TR11.2, TR11.3 en TR41 moet worden gecontroleerd door een volledig gekwalificeerde landmeter, die certificaten met daarin alle details van de controlemetingen zal verschaffen aan de betreffende organisatie en / of aan de baaneigenaar / -beheerder. Ten behoeve van een dergelijke verificatie, moet hem volledige inzage worden gegeven in de tekeningen en de meest recente meetrapporten.
10.2
Bij wedstrijden op een atletiekbaan volgens paragrafen 1. (a), (b), (c) en 2. (a), (b) van de definitie van World Rankings Competition, moeten alle metingen worden verricht met een geijkt stalen meetband of meetlat, of met wetenschappelijke meetapparatuur. De stalen meetband, meetlat of wetenschappelijke meetapparatuur, moet zijn vervaardigd en geijkt conform internationale normen. De nauwkeurigheid van de middelen waarmee in de wedstrijd gemeten wordt, moet zijn geverifieerd door een bevoegde organisatie die daartoe geaccrediteerd is door een nationaal ijkinstituut.
Bij andere wedstrijden dan de genoemde wedstrijden volgens paragrafen 1. (a), (b), (c) en 2. (a), (b) van de definitie van World Rankings Competition, mogen ook glasfiber meetbanden worden gebruikt.
Zie regel WR31.17.1 voor de erkenning van records.
11 Geldigheid van prestaties
11.1
De door een atleet geleverde prestatie wordt slechts erkend als deze is geleverd in een World Rankings Competition.
11.2
Prestaties, op onderdelen die normaal in een stadion worden verwerkt, behaald buiten de traditionele atletiekaccommodaties (zoals tijdelijke installaties op stadspleinen, andere sportfaciliteiten, stranden etc.) of op een installatie die tijdelijk in een stadion is opgebouwd, zijn geldig en zullen worden erkend voor alle andere doeleinden, mits zij voldoen aan alle volgende voorwaarden:
11.2.1
de desbetreffende bevoegde instantie, zoals aangegeven in regel WR1, toestemming heeft gegeven voor het onderdeel;
11.2.2
een gekwalificeerd panel van National Technical Officials moet zijn benoemd dat in functie moet zijn bij dit onderdeel;
11.2.3
indien van toepassing moet wedstrijd- en werpmateriaal worden gebruikt dat voldoet aan de reglementen; en
11.2.4
het onderdeel wordt gehouden op een plaats of in een faciliteit die voldoet aan de reglementen en waarvoor voorafgaand aan de wedstrijd en indien mogelijk op de dag van de wedstrijd overeenkomstig regel TR10 een meting is verricht.
Bij wedstrijden zoals omschreven in regel TR11.2, die in meerdere dagen verwerkt worden, moet de accommodatiekeuring op de dag van het eerste onderdeel gedaan worden. Wanneer de keurder er van overtuigd is dat er geen verschuivingen of aanpassingen kunnen plaatsvinden aan de te schouwen accommodaties, mag de keuring uiterlijk 2 dagen voor de eerste wedstrijddag plaatsvinden.
11.3
Prestaties behaald op onderdelen op een geheel of gedeeltelijk overdekte baan waarvan de lengte of andere specificaties van de atletiekvoorzieningen niet overeenkomen met de regels voor korte baan wedstrijden moeten geldig zijn en moeten worden erkend alsof zij op een 400 meter standaard rondbaan waren behaald, als zij voldoen aan alle volgende voorwaarden:
11.3.1
de organisatie die de zeggenschap over de wedstrijd heeft, zoals bepaald in regel WR1, heeft toestemming voor die wedstrijd gegeven;
11.3.2
een gekwalificeerd panel van Nationale Technische Officials is benoemd en fungeert tijdens die wedstrijd;
11.3.3
waar van toepassing, moeten voorzieningen en werpmaterialen worden gebruikt die voldoen aan de regels;
11.3.4
bij gebruik van een rondbaan, moet de lengte groter zijn dan 201,2 m (220 yards) maar korter dan 400 m; en
11.3.5
het onderdeel wordt verwerkt op een wedstrijdterrein of op een faciliteit die voldoet aan de regels, en wanneer het plaatsvindt op een tijdelijke voorziening, moet die gekeurd zijn in overeenstemming met regel TR10.
de huidige standaardformulieren die gebruikt moeten worden om te rapporteren dat het wedstrijdterrein en de voorzieningen voldoen, zijn te verkrijgen bij het bureau van World Athletics, of kunnen worden gedownload van de website van World Athletics of van het Global Calendar platform voor zover van toepassing.
Als een resultaat is behaald op een faciliteit die voldoet, waarbij geen voordeel is behaald en alle relevante regels zijn nageleefd, dan zal het feit dat het plaatsvond op een overdekt wedstrijdterrein niet beletten dat het resultaat wordt opgenomen in de outdoor lijst met dezelfde afstanden en zal worden gebruikt voor alle statistische doeleinden (bijv. prestaties op overdekte 400 m banen en sprintbanen).
De huidige praktijk dat resultaten op banen korter dan 200 m meetellen voor korte baan resultaten verandert niet.
11.4
Reglementair behaalde prestaties, in kwalificatieronden, bij een barrage van hoogspringen of polsstokhoogspringen, in elk onderdeel of gedeelte van een onderdeel dat vervolgens nietig is verklaard volgens de bepalingen van regel WR18.7, of de regels TR8.4.2, TR17.1 of TR25.20, in snelwandelwedstrijden waarbij regel TR54.7.3 is toegepast en de atleet niet is gediskwalificeerd of in individuele onderdelen van een meerkamp onafhankelijk of de atleet wel of niet de hele meerkamp heeft voltooid, moeten normaliter geldig zijn voor doelen zoals statistieken, records, ranglijsten en het behalen van limieten.
Bij hoge uitzondering stelt World Athletics, uitsluitend om te bepalen of een atleet voldaan heeft aan de inschrijfvoorwaarden voor een meerkamp:
"Bij ieder van de individuele onderdelen moet aan de voorwaarden worden voldaan, uitgezonderd onderdelen waar de windsnelheid wordt gemeten, dan moet tenminste aan een van de onderstaande voorwaarden worden voldaan:
a. Bij ieder individueel onderdeel mag de windsnelheid niet meer dan 4 meter per seconde zijn.
b. De gemiddelde windsnelheid (gebaseerd op de som van de windsnelheden van de losse onderdelen waar wind gemeten moet worden, gedeeld door het aantal onderdelen waar wind gemeten moet worden) mag niet meer dan 2 meter per seconde zijn."
12 Video-opnamen
Bij wedstrijden volgens paragrafen 1. (a), (b), (c) van de definitie van World Rankings Competition en indien mogelijk ook bij andere wedstrijden moeten op aanwijzing van de Technische Gedelegeerde(n) van alle onderdelen officiële video-opnamen worden gemaakt.
Het zou afdoende moeten zijn om hiermee de rol van de benoemde videoscheidsrechter te ondersteunen en in andere situaties om de nauwkeurigheid van prestaties en de overtreding van enige regel aan te kunnen tonen.
Specifieke informatie is opgenomen in de "World Athletics Video Recording and Video Referee Guidelines", die van de website van World Athletics gedownload kunnen worden.
Het aanwijzen van een videoscheidsrechter bij wat voor wedstrijd dan ook zal significant bijdragen aan het overzicht op vele aspecten van deze wedstrijden wanneer er voldoende video opslag- en terugkijksystemen zijn.
In het algemeen zal de videoscheidsrechter proactief kunnen handelen bij looponderdelen (bijvoorbeeld bij de start, bij lopen in banen (vooral in de bochten), bij hinderen en belemmeren, bij te vroeg naar binnen gaan bij de overgangslijn, bij wisselzones). Als er voldoende camera's en apparatuur beschikbaar is, kan de videoscheidsrechter een zelfde rol hebben bij enkele of alle technische onderdelen, maar meestal met een meer reactieve houding, handelend naar verzoeken voor nader onderzoek of beoordelen van beslissingen van de scheidsrechters op het wedstrijdterrein.
In het geval van looponderdelen observeert de videoscheidsrechter de onderdelen op een of meerdere schermen in de video ruimte en onderzoekt vervolgens naar aanleiding van zijn eigen observaties of op aangeven van een scheidsrechter of de chef baancommissarissen op het wedstrijdterrein specifieke zaken door middel van het terugkijken van beelden (indien beschikbaar). Als er duidelijk een overtreding van een regel heeft plaatsgevonden, dan moet hij de bijbehorende beslissing nemen en dit melden aan de scheidsrechter voor de looponderdelen en chef fotofinish. Eveneens geldt dat wanneer een baancommissaris of een scheidsrechter looponderdelen en snelwandelen een mogelijke overtreding heeft gerapporteerd, dan moet de video-scheidsrechter dit controleren, en advies geven over de bijbehorende beslissing die genomen moet worden.
Daarnaast zullen, net als in het verleden, de beelden gebruikt worden ter ondersteuning van beslissingen in geval van protesten en beroepen.
Het is steeds gebruikelijker dat ervaren bedrijven een bestaande service aanbieden voor wedstrijden in plaats van dat organisaties zelf hun configuratie opzetten, hoewel beide opties gebruikt kunnen worden.
13 Puntentelling
In een wedstrijd waarbij het resultaat bepaald wordt door het toekennen van punten, moet vóór de wedstrijd de methode van puntentoekenning door alle deelnemende landen of ploegen worden overeengekomen, tenzij dat al in de van toepassing zijnde wedstrijdbepalingen is voorzien.